Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 08-04-2020

befazelen

betekenis & definitie

(19e eeuw) (Barg.) bedriegen.

• (H. de Seyn-Verhougstraete: Het Bargoensch van Roeselare. 1890)
• (J.G.M. Moormann: De geheimtalen. 1934)
• (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)
• Befazelen: bedriegen. Ze befazelden hem: ze bedrogen hem. (Biekorf. Jaargang 71. 1970)

< >