(2000) (< Eng. to barf + en) (jeugd) kotsen, braken. Ook: een barfie leggen.
• (Corriejanne Timmers: Faxen faxte gefaxt. 2000)
• ‘Barfen’ en ‘beren’ zijn typisch voor de Oost-Vlaamse jongerentaal. Ze komen ook een paar keer over de provinciegrens voor: ‘barfen’ in het West-Vlaamse Waregem en het Antwerpse Mechelen en ‘beren’ in het West-Vlaamse Knokke-Heist en het Vlaams-Brabantse Tielt. (Evelien Van Renterghem e.a.: Variatie(s) op je bord! Dialect en jongerentaal voor eten en drinken. 2007)
• Iemand die ‘mieters’ zegt is hoogstwaarschijnlijk boven de zestig en van goeden huize, iemand die ‘een barfje gaat leggen’ is een vwo-tiener uit de Randstad (die gaat over geven), vrouwen die ‘iiis-goed’ zeggen werken vaak in een regelfunctie, iemand die het over ‘resultaatgericht werken’ heeft en op zaken ‘infocust’ vergadert te veel, iemand die ‘keigoed’ zegt komt vermoedelijk van beneden de rivieren, terwijl mensen die ‘machtig mooi’ zeggen doorgaans uit het noorden des lands komen. (Jan Kuitenbrouwer: De woorden van Wilders & hoe ze werken. 2010)
• Ik was aanwezig bij een discussie onder studenten over dit drankspel. Wat me daarbij het meest boeide, was dat ik erg veel woorden en uitdrukkingen voorbij hoorde komen die ik niet kende. Ze gingen allemaal over zuipen, erg dronken worden (bakkie lam worden) en over hoe dat kan eindigen: met flink over je nek gaan. Vooral de rijke woordenschat voor 'kotsen, spugen, overgeven' vond ik opvallend. Hier een greep: plasje leggen, taartje leggen, barfen, een barfie leggen, een laf barfie leggen (= heel vies kotsen), over je baard gaan, een brokkeltje leggen, over je huig gaan, over je snater gaan, omgekeerd kakken en nekken (,,Heb je nog genekt gister?"; ,,Wat hoor ik? Heb je lopen nekken?"). Mijn persoonlijke favoriet: een straatpizza bakken. 'Kotsen' wordt ook wel valsspelen genoemd - het is niet eerlijk als je je drank niet binnen kunt houden. (Ewoud Sanders in NRC Handelsblad, 03/03/2014)
• Nekken: kotsen, ook: barfen, achteruit eten, een vloerpizza leggen, de sfinx aanbidden, de porseleinen troon omhelzen. (Mare. Leids universitair weekblad, 14/08/2014)
• ‘Inez zegt dat je ook je tong moet poetsen’, sprak de tengere. ‘Als je je tanden poetst. Dat de meeste bacteriën op je tong zitten. Maar toen ik dat probeerde moest ik bijna barfen. Übergoor...’ ‘iiiiieeeeuw!’ (Sylvia Witteman: Thuis mag ik niet zeuren. 2016)
• Barfen: overgeven. (Ykwinno Hensen, Jacomine Nortier & Sterre Leufkens: Het verschil tussen lid zijn en lit zijn. Een sociolinguïstische vergelijking tussen Studententaal en Straattaal. 2018)
• Nou ben ik netjes opgevoed en dat weerhield mij ervan het Rauhfaserbehang in dat arbeierswoninkie in Ede-Oost onder te barfen met mijn vomitus. (Rob Hoogland & Arthur van Amerongen: Het grote foute jongensboek. Deel 2. 2019)