Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 08-04-2020

bandenplakker

betekenis & definitie

(2009) (plat) tepel. 'Tieten met bandenplakkers'.

• tepel: bandenplakker, friemeltje, nipple/nippel, tjoep, sjoepap (van soupape (Fr.) ventiel) (Vlaams). (Seksuele volkstaal en eufemismen op Wikipedia)
• (Piet van Sterkenburg: Rot zelf lekker op. Over politiek incorrect en ander ongepast taalgebruik. 2019)
• Met die bandenplakkers kun je een lekke band van een Boeing plakken. (www.dumpert.nl, 05/08/2019)

< >

Gebruik je Ensie vaker?

Word nu vriend voor slechts €8,95.

Word vriend