Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 26-04-2026

bal gehakt

betekenis & definitie

1) (eind W.O. I) (havenarb.) werkwillige tijdens een staking; onderkruiper. Volgens Jan Mens (Er wacht een haven. 1950, herdruk 1961, p. 116) gingen Nieuwendammers niet naar huis maar bleven nacht en dag op de kaai. Ze sliepen in een loods, in het stro. En ze kregen gratis eten: hutspot en gehakt. Syn.: duikboot*; maffer*.

• Wâ weet jíj fan paarde, ophede?... Ga deur maffert... bal gehakt! (Israël Querido, De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 4: Mooie Karel. 1925 (zesde druk). Eerste druk: 1924)
• De staker N. had een werkwillige de woorden "bal gehakt" toegevoegd, welke uitdrukking van beleedigende aard werd geacht. Het O.M. eischte f 5 boete of vijf dagen hechtenis. (het Vaderland, 02/05/1929)
• Kom je op de ballen gehak af? (Jan Mens: Er wacht een haven. 1950)
• Jongen, nooit werken in een staking, want je mag nooit een bal gehakt zijn tegenover je kameraden. (Haring Arie: Een leven aan de Amsterdamse zelfkant. 1968)
• Het was dan ook niet zo’n wonder dat er tegen het eind van die oorlog een staking uitbrak en wel onder de havenarbeiders. Er werd braaf gepost en werkwilligen waren niet gemakkelijk te strikken, maar toen de directie besloot ze te lokken met 'warm eten en daarbij iedere dag een bal gehakt serveerde — wat een niet te versmaden luxe was voor een arbeider in die distributietijd — hapten ze. Van toen af aan werd het gebrul van onderkruiper bij de kadehekken vervangen door het honende 'bal gehakt’. Zo werd een scheldnaam geboren, zestig jaar geleden.' (Trouw, 16/08/1972)
• Wees nooit een bal gehakt tegenover je kameraden. (C. B. Vaandrager: De Hef. 1975)

2) (1915) (jeugd) slappeling, futloos persoon, halve zachte, sufferd. Dit scheldwoord werd populair gemaakt in de Fred Hachéshows op de VPRO. Zo maakte Fred Haché de arme Barend Servet geregeld uit voor 'bal gehakt'. Mogelijk een leenvertaling van het Am.- Engelse slangwoord ‘meatball’ met dezelfde betekenis. Kijk ook onder gehaktbal* en grijze* gehaktbal.

• ‘Zoo'n vuile bal gehakt,’ grimt klein-Jan. Hij staat tegen Willemien's stoel aan; nu stoot hij tegen de poot daarvan; ‘toe,’ beveelt hij, ‘la-mijn es zitten.’ (Sam Goudsmit: Jankef's oude sleutel. 1930)
• Ga liever je vuil rakke en je trap dweile, bal gehakt! (Willem van Iependaal: Polletje Piek-haar. 1935)
• Waar kom jij nou zoo laat vandaan, bal gehak? Ben je den Sergeant van den dag niet tegen gekomme? (Fr. Van de Vrande: Grensleven. 1936)
• Scheert u weg, maffe dienstklopper! Bal gehakt! Bullepees! Vlerk! Geüniformeerde zak patat! Schande! Donder op! (Fred Haché-show op VPRO, 24/02/1972)
• 'Kom uit m'n nest bal gehakt', hijgde hij, 'opstappen verdomme! Ik ben er toch weer?' (J.M.A. Biesheuvel: Het nut van de wereld. 1975)
• Zijn kleren zijn iets netter dan vroeger, maar alla, dat moet in een café waar 'iedereen' komt. Van de heftigste punker tot de grootste bal gehakt, zegt hij. (Haagse Post, 06/09/1986)
• De Fred Haché Shows verrijkten de Nederlandse taal niet alleen met nieuwe woorden zoals Primadeluxe en Bal gehakt (Haché in de eerste aflevering tegen een agent: 'Scheer u weg, maffe dienstklopper! Bal gehakt! Bullepees! Vlerk! Geüniformeerde zak patat! Schande! Donder op!'), maar zorgden steevast ook voor commotie en dan kregen de kijkers veel niet eens te zien. (Het Parool, 15/04/1994)
• Jan Pronk is een 'brillende bal gehakt met die slapweke mond ook'.... (Trouw, 17/05/1996)
• Die vreselijke bal gehakt die de hele tijd aan zijn stropdas zit, er is niets grappigs aan. (Martin Bril: Evelien voor altijd. 2008)
• Op die warme meidag in 1994 stemde ik inderdaad VVD, hoewel ik partijleider Frits Bolkestein een bal gehakt vond. (Thomas van Aalten: Leeuwenstrijd. 2014)
• “God wat een bal gehakt ben jij geworden zeg,” zei Van Tiggelen. (J.M. A. Biesheuvel: Brief aan vader. 2015)
• En dan die bal gehakt die daar directeur is, die Norbert Hoekstra. (Hans Münstermann: Geraakt. 2017)
• Mijn vader was ook arbeider, dus ik kwam ook uit een arbeidersgezin. Mijn vader en ik hadden elkaar zwijgend aangekeken. Ik dacht: toch gek dat er nog zoveel ballen gehakt zijn die zo minachtend praten over hun afkomst uit een arbeidersgezin. (Klaas Wilting: Gevaar loert overal. 2021)

3) (1915) (jeugd en sold.) kort, dik persoon.

• Iemand, die erg mager is, heet in de Jordaan en ook in de kazerne, een „kakebeenhuishouden";is hij tevens ver boven de Haarlemmer maat, dan noemt men hem in de kazerne bij voorkeur: „ontlaadstok", „pompstok", „invetstok", drie waschechte soldatenwoorden. Het tegenbeeld geeft een „bal gehak(t) " te aanschouwen: een kort en dik persoon. Dit is een nieuw woord, maar hoe jong ook, onder de soldaten beteekent het al weer: sufferd, dooie diender, enz. (de Sumatra Post, 11/03/1915)
• Wat zouden ze anders ook samen gelachen hebben om die gekke, kleine, dikke Steyn - ‘Balletje Gehakt’, noemden de jongens meester Steyn! - die haar op alle manieren het hof zocht te maken. (Carry van Bruggen: De klas van twaalf. 1926)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.