Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gepubliceerd op 27-02-2020

almanak

betekenis & definitie

(16e eeuw) (sch.) achterste, kont.

• Mijn heer de Paep syne slippen van achter op heft, als oftmen synen Al-manack wilde bekijcken, om hem een clisterie van achter in te gheuen... (Ph. van Marnix van St. Aldegonde: De Byencorf der H. Roomsche Kercke. 1569, geciteerd in WNT)

almanak (etym.?), achterste, kont: Smak die gaip op s’n almenak ... da s’n ribbe kro-ake! (Hans Heestermans & Ditte Simons: Mokums woordenboek. 2014)