Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 14-03-2022

adoot

betekenis & definitie

(1924) (Barg.) (straat)agent. Deze term is (was) vnl. populair in Rotterdam, vooral als waarschuwingskreet onder straatjongeren. Herkomst onbekend. Wellicht was de oorspronkelijke term “adoteman” gezien het populaire kinderrijmpje aan het begin van de 20e eeuw: “adoteman met je sabel an”. Talrijke syn. waaronder: adje*; bout*; juut*; kip*; klabak*; smeris.

• ‘Wat een pit.’ ‘Gaif 'm een doffie. Vergeit de adoot niet’. (George van Aalst: Lot-gevallen van een voetbalschoen. 1924)
• Elke stad heeft zijn bij- of scheldnamen voor den politieman: de ‘klabak’, de ‘diender’, de ‘smeris’, de ‘adoot’; en alle afdeelingen van het corps worden in deze benamingen verwerkt, zodat we den bereeden agent wel ‘knol-smeris’ hebben hooren noemen. De ‘tuf-adoot’ was de laatste vondst voor den agent, die op motorfiets of in een kleine two-seater zijn dienst doet. (Nieuwe Rotterdamsche Courant, 06/12/1927)
• Een van de straatadote gaf me een boek met plate... (Willem van Iependaal: Polletje Piekhaar. 1935)
• Klerken, schrijvers, stille dienders en straatadoten hingen over de vensterbanken. (Willem van Iependaal, Lord Zeepsop, 1937)
• (E.G. van Bolhuis: De Gabbertaal. 1937)
• Ziet onze gedisciplineerde, goed-ontwikkelde, beschaafde agenten van thans en ge begrijpt, hoe nu de groote massa van het volk niet meer zou dulden, dat ze, zooals in tijden van mindere beschaving geschiedde, door de straatjeugd openlijk zouden worden uitgescholden voor „juut”, „hoed”, „smeris”, „adoot”, „klabak”, „helm”, enz. (A. Mineur: Echt Rotterdamsch! Schetsen uit straat- en volksleven der oude Maasstad. 1941)
• Spannende gebeurtenissen waarin achtervolgingen door klabakken, smerissen, adoten, juten zoals ordebewaarders in het jargon der jeugd toen heetten.... (Leeuwarder Courant, 31/05/1949)
• „Jofele Rotterdamse uitdrukkingen", noemt ras-Feijenoorder J. Brienen het volgende proza: De kip (de stationchef van het goederenstation Feijenoord), de adoot (politie-agent), snurrikkie (vleesafval, dat je bij de slager voor tien cent kocht), orenvet (margarine), holpieper (een felle tuchtiging op het ondereinde van je rug). (Het vrije volk, 09/03/1954)
• Want er ls niets zo funest voor een politieman als populair te zijn bij het pu-bliek en herkend te worden door elke treiterige straatjongen. Slierten jongens kreeg hij achter zich aan, die populaire liederen brulden als „Adoteman met je sabel an en je helm op en je schurftkop." (Het vrije volk, 12/04/1969)

< >