Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2025)

Gepubliceerd op 02-03-2020

accordeon

betekenis & definitie

(1980+) (wielr.) het voortdurend in en uit elkaar schuiven van het peloton (op de wijze van een accordeon). De term wordt vooral gebruikt wanneer de renners in kleine groepjes rijden. Tijdens de Tour van 1985 kon men kreten van verontwaardiging horen toen Bernard Hinault, de toenmalige drager van de gele trui, een stukje ‘accordeonmuziek’ opvoerde met Luis Herrera. Men spreekt ook van ‘accordeonkoers’ (Fr. course à l'accordéon) en van ‘accordeonactie’.

•Die vluchters hadden zich tien kilometer voor het slot losgemaakt uit een peloton dat tijdens de tocht regelmatig als een accordeon uit elkaar was getrokken, maar toch ook telkens weer netjes in elkaar schoof. (Limburgsch dagblad, 21/05/1984)
•Hinault Fransman of niet, het rumoer rond de accordeonaktie van de gele trui met Herrera, viel bij Tourbaas Godet toch niet in goede aarde. (Het Nieuws-blad, 18/07/1985)
•De amateurkoers verliep zeer geanimeerd. Zelden ging het veld zo als een accordeon op en neer als hier. (Limburgsch dagblad,08/09/1986)
• Aanvallen van Van Petegem (Berendries) en Museeuw (Muur van Geraardsbergen) kon hij gisteren daardoor, net als een groot deel van het peloton, zonder al te veel moeite pareren. Na elke beklimming schoof de uiteengevallen groep als een accordeon weer in elkaar. (het Parool, 03/04/2000)
• Accordeon: Op een bochtig parcours met veel korte bochten kunnen de eerste ren-ners nog gedoseerd rijden. Maar achteraan rijdt het peloton als een accordeon: snel op de rechte stukken, afremmen in de bochten en dan weer optrekken. Voor wie ach-terin rijdt, is dat dus de hel. (de Standaard, 30/06/2012)

< >

Studenten en medewerkers van onderwijsinstellingen hebben gratis toegang.

Ensie voor jouw (onderwijs)instelling? Bekijk de mogelijkheden.

✓ Bedankt! We nemen zo snel mogelijk contact met je op.
Er ging iets mis. Probeer het opnieuw.