( 1974) (sch.) verkering hebben met (iemand).
• Ze dronk een aardig glaasje mee en ze was niet gehuwd of aangeleund, dat gaf ze me algauw te verstaan. (Simon Carmiggelt: Brood voor de vogeltjes. 1974)
Gepubliceerd op 27-02-2020
betekenis & definitie
( 1974) (sch.) verkering hebben met (iemand).
• Ze dronk een aardig glaasje mee en ze was niet gehuwd of aangeleund, dat gaf ze me algauw te verstaan. (Simon Carmiggelt: Brood voor de vogeltjes. 1974)
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: