Waarheidswaarde betekenis & definitie

Waar en onwaar zijn de twee voornaamste waarheidswaarden, al kunnen we theoretisch twee willekeurige andere kiezen. In driewaardige en in het algemeen in meerwaardige logica’s worden drie, in het algemeen meer dan twee waarden gebruikt, naast of in de plaats van waar en onwaar.

Wanneer ze er naast staan, zoals in het eerste voorbeeld hieronder of in het geval van een waarheidsgradentheorie (zie waarheid en onwaarheid), dan wordt daarmee de wet van het uitgesloten derde in een van haar vormen verworpen. Voorbeelden zijn waar/onwaar/onbepaald, bekend als waar/bekend als onwaar/onbekend, noodzakelijk waar/ noodzakelijk onwaar/contingent, zeker waar/voor 99 procent waarschijnlijk/.../zeker onwaar (deze laatste reeks kan oneindig vele waarden bevatten zoals dat ook het geval is bij graden van waarheid). Soms valt een verzameling waarheidswaarden uiteen in twee groepen waarvan de logische eigenschappen analoog zijn aan die van respectievelijk waar en onwaar. De met waar analoge waarden worden dan uitverkoren waarden, de met onwaar analoge waarden niet-uitverkoren waarden genoemd.

M. Dummett, ‘Truth’, Proceedings of the Aristotelian Society, 1958-59, herdrukt in G. Pitcher (red.), Truth, 1964, in P.F. Strawson (red.), Philosophical Logic, 1967, en in Dummetts Truth and Other Enigmas, 1978. (O.m. uitleg van de begrippen uitverkoren (‘designated’) en niet-uitverkoren waarden.)