Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers (2017)

Gepubliceerd op 20-04-2017

Thomas van Aquino

betekenis & definitie

Ca 1224-1274. Van Italiaanse afkomst, onderwees aan de universiteit van Parijs en elders. Zijn werk bestond grotendeels uit een voortzetting van de pogingen van zijn leermeester albertus magnus om de Griekse filosofie met het Christendom te verzoenen, en ook hij werd beïnvloed door de Arabieren.

Meer dan Albertus schiep hij een alomvattende filosofie, gebaseerd op Aristoteles maar zo ontwikkeld dat zij aansloot bij de christelijke dogmatiek; dit bracht een oorspronkelijke behandeling met zich mee van begrippen als zijn en analogie (zie over dit laatste de bibliografie bij filosofie van de godsdienst). Hij liet een overvloed aan geschriften na, maar zijn filosofische werk is voornamelijk te vinden in monografieën over specifieke kwesties zoals De ente etessentia (ca 1253), Quaestiones disputatae depotentia Dei (ca 1265), en in meer algemene werken als Quaestiones disputatae de veritate (1256-1259), verder in commentaren op de voornaamste filosofische geschriften van Aristoteles. Het wordt samengevat in de Summa de veritate catholicae fidei contra gentiles (ca 1259-1264) en de Summa theologica (ca 1265-1273). Hij is ook bekend om zijn ‘vijf wegen’ om Gods bestaan te bewijzen (zie godsdienst). Zijn filosofie en die van zijn opvolgers wordt thomisme genoemd. Zie ook augustinus, filosofie en analyse, kosmologisch, maritain, metafisica, ockham, ontologisch godsbewijs, scotus, substantie.

< >