Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 20-04-2017

2017-04-20

Pythagoras

betekenis & definitie

Late zesde eeuw v. Chr. Werd geboren op Samos, vestigde zich in Zuid-Italië en stichtte daar de Pythagorëïsche ‘broederschap’, waarvan de doctrines, ook eeuwen later nog, vaak aan hem werden toegeschreven. Volgens de traditie was hij de eerste die het verband zag tussen muzikale intervallen en verhoudingen van snaarlengten.

Hij en zijn volgelingen ontwikkelden de rekenkunde en de meetkunde (o.a. de ‘stelling van Pythagoras’), en trachtten op verscheidene manieren de werkelijkheid in termen van getallen te verklaren. Wellicht stamt van hen het idee (zonder dat ze er echter overtuigend bewijsmateriaal voor leverden) dat de aarde bolvormig is en niet het middelpunt van het heelal vormt. Zij ontwikkelden eveneens religieuze ideeen over de ziel en over reïncarnatie, evenals een aantal leefregels. Zowel hun wiskundige als hun religieuze ideeen schijnen Plato te hebben beïnvloed. De laatste tijd heeft men zich echter nogal skeptisch geuit over hun vermeende wiskundige en natuurwetenschappelijke bijdragen. Zie ook metafysica, Nietzsche.

E. Schrödinger, Nature and the Greeks, 1954. (Bevat een welwillende beoordeling door een beroemd fysicus. Recente studies zijn er nog niet in verwerkt.)
J.A. Philip, Pythagoras and Early Pythagoreanism, 1966. (Evenwichtige uiteenzetting waarin recente studies verwerkt zijn.)