Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 20-04-2017

2017-04-20

Ontologisch godsbewijs

betekenis & definitie

Dit bewijs voor het bestaan van God stamt van Anselmus van Canterbury. Heel globaal: God is het meest volmaakte wezen; te bestaan is volmaakter dan niet te bestaan; daarom moet God bestaan. Meer in het algemeen kan men een redenering een ontologische redenering noemen wanneer zij concludeert dat iets werkelijk bestaat omdat bepaalde begrippen op bepaalde manieren zijn gerelateerd. De discussies over dit godsbewijs hangen traditioneel nauw samen met de vraag of bestaan een predikaat (of attribuut) is.

A. Plantinga (red.), The Ontological Argument, 1968. (Versies van het godsbewijs en discussies erover van Anselmus tot heden.)
J. Barnes, The Ontological Argument, 1972. (Gedetailleerde analyse.)
J. Bennett, Kant’s Dialectic, 1974, §§72-74. (Bespreekt bestaan als predikaat en noodzakelijk bestaan.)