Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 20-04-2017

2017-04-20

Logisch atomisme

betekenis & definitie

Deze theorie, waaraan de namen van Russell (middenperiode) en Wittgenstein (vroege periode) zijn verbonden, tracht het denken en spreken te analyseren in termen van ondeelbare bestanddelen. Atomaire proposities bestaan uit een subjectterm en een predikaatterm (‘Piet is knap’), of uit een verzameling termen verbonden door een relatieterm (‘Piet verafschuwt Kees’), en zijn waar als ze rechtstreeks corresponderen met feiten, die (volgens deze theorie, althans in haar zuiverste vorm) alle atomair zijn.

Moleculaire proposities zijn waarheidsfuncties van atomaire proposities en beantwoorden op complexe wijze aan deze zelfde feiten. Hieruit blijkt, betoogt de logisch atomist, dat de logische connectieven (zie conjunctie en disjunctie) niet staan voor of corresponderen met elementen van feiten, of met wat dan ook. Ze verbinden eenvoudig proposities. Het was echter in deze opvatting niet duidelijk hoe atomaire proposities onwaar konden zijn, en verscheidene soorten proposities die geacht worden in bovenbedoelde zin moleculair te zijn brachten, als men ze zo behandelde, moeilijkheden met zich mee, bijvoorbeeld algemene en ontkennende proposities; het was moeilijk om ze, zelfs op complexe wijze, met atomaire feiten te laten corresponderen.

Wat de samenstellende delen van atomaire feiten betreft: Wittgenstein liet ze ongespecificeerd en noemde ze eenvoudig ‘objecten’, maar Russell beschouwde ze als sensA. Zie ookintensionaliteit (voor het ‘extensionaliteitsprincipe’).
B. Russell, ‘The philosophy of logical atomism’, The Monist, 1918, herdrukt in zijn Logic and Knowledge, 1956, en in D. Pears (red.), Russell’s Logical Atomism, 1972. (Bevattelijke uiteenzetting. Het essay ‘Logical Atomism’, eveneens in Logic and Knowledge, is moeilijker.)
A.J. Ayer, Russell, 1972 (Russell, Ned. vertaling, 1974). (In hoofdstuk 4a een kritische uiteenzetting van Russells logisch atomisme.)
L. Wittgenstein, Tractatus Logico-Philosophicus, 1921 (Tractatus Logicophilosophicus, Ned.
vertaling, 1975). (Moeilijk.)
J.O. Urmson, Philosophical Analysis, 1956. (Tamelijk elementair.)
D.F. Pears, Bertrand Russell and the Britisch Tradition in Philosophy, 1967. (Uitgebreider en moeilijker dan Urmson, op wie Pears soms kritiek heeft.)