Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 20-04-2017

2017-04-20

Leugenaar, paradox van de

betekenis & definitie

‘Deze uitspraak is onwaar’ lijkt onwaar te zijn indien waar, en waar indien onwaar. Traditioneel in de (inadequate) vorm ‘alle Kretensers zijn leugenaars’ toegeschreven aan Epimenides van Kreta. Deze paradox wordt tot de semantische paradoxen gerekend. Hij leidt in het bijzonder tot moeilijkheden voor de correspondentietheorie van de waarheid, want het is moeilijk om een feit te vinden waar ‘deze uitspraak is onwaar’ aan beantwoordt, of waar zij juist door gefalsificeerd wordt. Deze paradox is in belangrijke mate bepalend geweest voor de wijze waarop Tarski zijn semantische waarheid stheorie heeft geformuleerd. Zie ook paradox van Russell, typentheorie.

G. Ryle, ‘Heterologicality’, Analysis, vol. n, 1951, herdrukt in M. Macdonald (red.), Philosophy and Analysis, 1954, en in Ryle’s Collected Papers, 1971, deel 2.
R.L. Martin (red.), The Paradox of the Liar, 1970. (Beknopte geschiedenis, gevolgd door recente bijdragen. Uitgebreide bibliografie.)
G. Nuchelmans, ‘De waarheidsparadox en de gewone taal’, in Proeven van analytisch filosoferen, 1967. (De gewone taal bevat conventies die paradoxen als ‘de leugenaar’ onschadelijk maken.)
J.F.A.K. van Benthem, ‘Enkele opmerkingen over zelf-referentie en zelfweerlegging’, Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, 1976. (Behandelt een variant van de leugenaarsparadox, en oppert de mogelijkheid van een gerelativeerd waarheidsbegrip: ‘waar in zekere zin’.)