Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 19-04-2017

2017-04-19

Geloof

betekenis & definitie

Instemming met of aanvaarding van de waarheid van proposities, uitspraken of feiten (maar zie confirmatie, slot). We kunnen zowel mensen, boeken enzovoort geloven als proposities. Maar kunnen we tautologieËN geloven, en zelfs contradicties? Als p een propositie is, kunnen we dan p geloven en niet-p geloven? En volgt hier uit dat we p-en-niet-p geloven? Kunnen we verder iets geloven waarvan we weten dat het onwaar is of dat we als onwaarschijnlijk beschouwen, en kunnen we ons erin vergissen dat we iets geloven? Wanneer is wat we geloven gerechtvaardigd? Deze vragen maken duidelijk dat geloof gerelateerd is aan kennis en rationaliteit (zie epistemologie).

We kunnen geloven in het bestaan, het optreden, de waarheid, geldigheid

of waarde van iets, of in iets waarvan we vinden dat het er zou moeten zijn of zou moeten gebeuren. We gebruiken ‘geloven in’ soms voor wat goed, niet voor wat slecht is: we ‘geloven in’ Jaaps edelmoedigheid maar niet in zijn kwaadaardigheid.

Geloof analyseren betekent voornamelijk bestuderen hoe het verbonden is met handelingen, disposities en innerlijke ervaringen, en met het alleen maar overwegen van proposities. Maar ‘geloven’ is vaak een parenthetisch werkwoord, ‘ik geloof dat het regent’ wordt geacht niet over de spreker maar over het weer te gaan. Andere vragen zijn in hoeverre geloof van de wil afhangt, en of we een plicht kunnen hebben iets te geloven (de ethiek van het geloven). Zie ook oordeel.

A.P. Griffiths (red.), Knowledge and Belief, 1967. (Artikelen en bibliografie, met inleiding.)
H.H. Price, ‘Belief “in” and belief “that”’, Religious Studies, 1965, herdrukt in B. Mitchell (red.), The Philosophy ofReligion, 1971.
R. Doublé, ‘The case against the case against belief, Mind, 1985. (Blijkt uit bisectie van de hersenen e.d. dat er geen coherent geloofsbegrip bestaat?) P.J. Zwart, ‘Weten en geloven’, Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte, 1983. (Het verschil tussen weten en geloven ligt in de geesteshouding van het subject.)