Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gepubliceerd op 19-04-2017

2017-04-19

Cusanus, Nicolaus

betekenis & definitie

1401-1464. Afkomstig uit Kues (aan de Moezel). Hij vormt een van de belangrijkste schakels tussen de Middeleeuwen en de moderne tijd. Hij studeerde in Heidelberg, Padua en Keulen, en was een groot verzamelaar en onderzoeker van vroeg-middeleeuwse documenten.

Behalve als filosoof was hij ook als pauselijk diplomaat en later als kardinaal actief. Cusanus vatte God op als de eenheid der tegendelen en derhalve als verheven boven elke tegenstelling. God is posse-est: kunnen zijn. Wat wij van God (kunnen) weten is niet meer dan een docta ignorantia: een geleerd niet-weten. De coniecturis, 1440. De docta ignorantia, 1440. De possest, 1460. Zie ook filosofie van de godsdienst, universalia en particularÏA.