Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

WESPEN

betekenis & definitie

in wijdere zin zijn alle vliesvleugelige insecten die niet tot de bijen of mieren behoren, in engere zin verstaat men hieronder de tot de angeldragende vliesvleugeligen behorende familie Vespidae, o.m. herkenbaar aan het feit dat zij de vleugels in rust overlangs samenvouwen. Er zijn twee onderfamilies te onderscheiden, nl. de solitaire wespen (Eumenidinae) en de sociale wespen (Vespinae).

Bij de solitaire wespen komen geen werksters voor; de wijfjes maken elk afzonderlijk een nest in uitgegraven gangetjes in lemen wanden of zachte muren. De larven worden gevoederd met insecten, veelal rupsen. Sommige soorten ook maken tussen struiken kleine nestjes van klei, waarin zij hun larven grootbrengen. In levenswijze komen zij zeer sterk met de Graafwespen overeen. In Nederland en België komen een 30-tal soorten voor.Tot de sociale wespen behoren in de eerste plaats de zeer bekende en gevreesde soorten van de geslachten Vespa en Vespula. Het omvat een groot aantal soorten, waarvan er een 10-tal in Nederland gevonden worden, zoals de gewone wesp (Vespula vulgaris L.), die citroengeel is en in holle bomen, onder daken, in oude wallen enz. haar nesten bouwt, en de hoornaar (Vespa crabro L.), 22-26 mm lang, zwart met roestrode kop, een rood getekend borststuk en een bruinachtig achterlijf met geelgerande ringen. De ontwikkeling van de wespenstaat verloopt als volgt. Het overwinterd hebbende wijfje maakt in Mei een aanvang met het bouwen van een nest aan een balk, in een holle boom enz. waarbij fijngekauwd hout, riet, boomschors enz. als bouwstof wordt gebruikt. Het vervaardigt zeshoekige, naar onder geopende cellen en tevens een algemeen omhulsel. Daarop legt zij in iedere cel een ei en brengt na verloop van 5 dagen brij van gekauwde insecten aan de uitkomende larven. Negen dagen daarna zijn deze volwassen, dan sluiten zij iedere cel met een halfbolvormig spinsel, omgeven zich met een glasachtig weefsel en verpoppen zich.

Na 14 dagen komt het jonge dier te voorschijn. Het eerst verschijnen de werksters, steriele wijfjes, die zich ijverig bezighouden met de bouw van het nest. In de herfst vertonen zich ook mannetjes en vruchtbare wijfjes, na de paring sterft de gehele maatschappij met uitzondering van de bevruchte wijfjes, die ergens op een beschermde plaats de winter doorbrengen. Sommige soorten, zoals de boswesp, maken aan een tak een geheel vrij hangend nest.

D. G. BARENDREGHT.

< >