Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 06-08-2022

Trente

betekenis & definitie

Ital.: Trento (Du. Trient, Lat.: Tridentum), is een sedert 1920 Italiaanse stad in Zuid-Tirol, aan de linkeroever van de Adige (Etsch), hoofdstad van de provincie Trentino, en telt (1950) 63 475 inw. Het is de zetel van een bisschop, heeft een domkapittel, een rechtbank en heeft enige overblijfselen van hoge stadsmuren, met twee oude torens.

Trente heeft zijdeteelt, wijnproductie en pottenbakkerijen.Trente was van 1027-1803 zetel van een rijksbisschop. Het beroemde Concilie van Trente werd hier gehouden van 1545-’47, in 1552 en van 15621563. Het had vnl. plaats in de Romaanse Dom, in de nde eeuw gesticht, door Adam d’Arogno vernieuwd (12/13de eeuw), maar eerst in 1515 voltooid. Deze bevat prachtige Vlaamse tapijten van Van Aelst en heeft een rijke kerkschat. Verder werden de zittingen van het concilie gehouden in de S. Maria Maggiore, in 1520 begonnen in Renaissance-stijl. De bisschoppen resideerden in het Castello del Buon Consiglio, dat uit drie gedeelten bestaat. Thans is er het museum ondergebracht. Op het Domplein staat de fraaie Neptunusfontein (1768).

Concilie van Trente

(Concilium Tridentinum
) is de 19de Algemene Kerkvergadering (z concilie), van 1545-1563 met twee onderbrekingen gehouden in de destijds tot het Duitse Rijk behorende stad Trente aan de Etsch. Men kan dit concilie beschouwen als het antwoord der R.K. Kerk op de Reformatie, terwijl het tevens door de vaststelling van de leerstellingen van het Katholieke geloof, bij voorkeur van die, welke door het Protestantisme werden ontkend of anders opgevat, en door de genomen hervormingsbesluiten de grondslag legde voor de zgn. Contra-Reformatie. Nadat verschillende pogingen waren mislukt, riep Paulus III met instemming van Karel V en met goedvinden van Frans I in de bul Laetare Hierusalem van 15 Mrt 1545 het concilie tegen 19 Noy. van dat jaar te Trente bijeen. Het werd echter pas op 13 Dec. geopend.

De eerste zorg betrof het opmaken der agenda. De kwestie, of eerst de hervormingsvoorstellen, zoals de keizer wenste, of dc geloofsvragen, waarvoor de paus ijverde, zouden worden behandeld, werd opgelost door een compromis, hierop neerkomend, dat in elke zitting een dogmatisch en een disciplinair decreet genomen zou worden. De werkwijze was als volgt geregeld. De diverse onderwerpen werden eerst op de congregaties der niet-stemgerechtigde theologen en canonisten onder de loupe genomen, waarna de voorstellen in de algemene vergadering kwamen, waar zij aan stemming werden onderworpen. Deze wees vervolgens een deputatie aan om de redactie der besluiten op te stellen. Nadat de algemene vergadering daaraan in tweede lezing haar goedkeuring had gehecht, werden de decreten in een plechtige zitting in de Dom afgekondigd. De stemming geschiedde hoofdelijk, niet naar de naties zoals in Constanz. Voor dogmatische definities was eenstemmigheid een vereiste.

Er werden in het geheel 25 plechtige zittingen gehouden, maar welk een arbeid daaraan voorafgegaan was, blijkt o.a. uit het decreet over de rechtvaardigmaking, dat een discussie van 7 maanden op 105 vergaderingen eiste. In de eerste periode, die 8 zittingen omvatte, vond de afkondiging plaats van de door de afwijkende opvatting der Protestanten belangrijke decreten over de geloofsbronnen: de H.Schrift met als authentieke uitgave de Vulgaat en daarnaast de apostolische traditie; over de leer der erfzonde, de leer der rechtvaardiging, waarbij zowel de Pelagiaanse, als de Protestantse zienswijze over de genade werd afgewezen; en ten slotte over de sacramenten in het algemeen en het doopsel en vormsel in het bijzonder.

In de 8ste zitting besloten de Vaders wegens het uitbreken van een vlektyphus-epidemie tot grote ergernis van de keizerlijke partij het concilie naar de niet-Duitse stad Bologna te verplaatsen (11 Mrt 1547). De tegenwerking van de keizer dwong Paulus III echter op 17 Mrt 1549 na twee zittingen het concilie in Bologna te schorsen. Na Paulus’ dood kreeg de keizer zijn zin. Het concilie kwam krachtens een oproep van paus Julius III (14 Nov. 1550) opnieuw te Trente bijeen, waarmee dus de derde periode (1551-’5a) of, als men de beide onbeduidende zittingen te Bologna niet meerekent, de tweede periode begon. In dit tijdvak vielen 6 zittingen, waarvan op slechts vier zittingen geloofsdecreten en tuchtmaatregelen werden gepromulgeerd nl. over de Eucharistie, de biecht, over de jurisdictie van de bisschoppen, het toedienen der wijdingen en het verlenen van beneficies.

De beide eerste zittingen van deze periode faalden wegens het geringe aantal aanwezige Vaders, voorals wegens de oppositie van de Franse koning Hendrik II, die Frans I in 1547 was opgevolgd. Een samenzwering van verschillende vorsten tegen de keizer met de daarop gevolgde aanvallen op diens rijk, waarbij ook Trente werd bedreigd, was oorzaak, dat de Vaders in de 16de zitting van 22 Apr. 1552 besloten het concilie opnieuw voor 2 jaar te schorsen. Door allerlei complicaties werden het tien jaar.

Eerst Pius IV luidde de vierde (of derde) periode in met een oproep tegen Pasen 1561. Niet vóór Jan. 1562 waren er genoeg prelaten aanwezig om de werkzaamheden te beginnen. Het eerste belangrijke dogmatische decreet van deze periode leverde de 21ste zitting over de H.Communie en over het ontvangen daarvan onder één of twee gedaanten. Het offerkarakter der H.Mis werd afgekondigd op de 22ste zitting. De 23ste zitting vond eerst op 15 Juli 1563 plaats. Zij definieerde de leer over het priesterschap en vaardigde het voor de Kerk zo heilzame hervormingsbesluit uit over de plicht van elke bisschop tot oprichting van een seminarie voor de priestercandidaten. De 24ste zitting bond de geldigheid van het huwelijk aan de tegenwoordigheid van de pastoor en twee getuigen, waardoor het euvel van de clandestiene huwelijken werd uitgeschakeld. Nadat de 25ste en laatste zitting van 3-4 Dec. 1563 nog de Katholieke opvatting aangaande de leer over het vagevuur, de verering der heiligen en de aflaten had vastgesteld en hervormende bepalingen over de regulieren, het missaal, het brevier en de Index van verboden boeken had voorgeschreven en de 255 Vaders de besluiten hadden ondertekend, kon de voorzitter-legaat Morone het concilie voor gesloten verklaren. Op 30 Dec. 1563 keurde Pius IV alle besluiten goed. Tevens stelde hij voor de authentieke verklaring en het toezicht op de uitvoering der decreten de Congregatie van het H. Concilie in, bestaande uit acht kardinalen.

De vruchten lieten niet lang op zich wachten. Successievelijk verschenen de Professio Tridentina, de Index van verboden boeken (1564), de Catechismus Romanus voor het onderricht der geestelijken, het verbeterd brevier (1568) en missaal (1570) en ten slotte de gereviseerde uitgave van de Vulgaat (1590-’92). Veel, wat het slagen van het concilie betreft, hing echter af van de uitvoering der aanvaarde decreten. Wat de Katholieke landen en vorsten betrof leverde de aanvaarding der dogmatische besluiten geen moeilijkheden op. Anders was het gesteld met de disciplinaire maatregelen. De keizer en de Duitse Katholieke vorsten, Venetië, Polen, Savoye en Portugal toonden zich aanstonds bereid. Spanje maakte het voorbehoud: „onverminderd de koninklijke rechten”. In Nederland was een streng bevel van Alva nodig om de onwil tot afkondiging o.a. van de kapittels te breken. Ook Hongarije en Zwitserland weigerden hun medewerking, terwijl de burgerlijke overheid van Frankrijk uit gallicanistische overwegingen de disciplinaire maatregelen nooit heeft willen erkennen.

H. J. J. WACHTERS

Lit.: Concilium Tridentinum. Diariorum, actorum, epistularum, tractatuum nova collectio (uitg. v. d. Görres-Gesellschaft, 13 dln, Freiburg i. Br. 1901-1938); J. de Jong, Handb. der Kerkgesch., dl III, blz. 132-146 en 110-111 (1948; met uitv. lit. opg.).