Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 06-08-2022

Theodoretus

betekenis & definitie

bisschop van Cyrus bij Antiochiè, een van de vruchtbaarste Oudchristelijke schrijvers der Griekse Kerk (Antiochië ca 393 - ca 460), werd in 423 tegen zijn wil in tot bisschop gewijd. Met grote ijver werkte hij aan het geestelijk en tijdelijk welzijn van zijn onderhorigen, in 800 parochies ingedeeld.

Hij is vooral beroemd om zijn geschriften tegen de heilige Cyrillus van Alexandrië en tegen de algemene kerkvergadering van 431 te Ephese. Het algemeen concilie van 451 te Chalcedon erkende hem als „rechtgelovige leraar”, maar ongeveer een eeuw na zijn dood werden sommige van zijn werken, samen met die van twee andere schrijvers, veroordeeld onder de naam De drie kapittels door de algemene kerkvergadering van 553 te Constantinopel. Hij was een veelzijdig geleerde en scherpzinnig theoloog. Hij bestreed allerlei ketterijen (de Arianen, de Apollinaristen, de Marcionieten), vooral de monophysieten (z monophysitisme) in het werk De bedelaar. Hij was de laatste grote apologeet der Griekse Kerk met zijn Genezing der heidense ziekten, wellicht de schoonste Oudchristelijke apologie tegen de heidenen, waarin hij 100 heidense auteurs citeert.Als een der beste exegeten der Antiocheense school schreef hij een volledige commentaar op de Psalmen, het Hooglied, al de Profeten, de 14 Brieven van Paulus en Verhandelingen (Quaestiones) over de moeilijkste teksten van de geschiedkundige boeken van het Oude Testament (Genesis tot Kronieken). Hij is de auteur van een Kerkgeschiedenis (van 325 tot 428), een Historia religiosa (levensbeschrijving van heilige monniken), een Compendium van ketterse fabels met als vijfde boek een waardevolle uiteenzetting van de rechtgelovige leer. Hij was ook een groot redenaar, vooral in de io Reden over de Voorzienigheid. De 209 Griekse en 27 Latijnse van hem bewaarde Brieven zijn zeer waardevolle bronnen voor onze kennis van de vijfde eeuw.

DR V. MOREL O. CAP.

Uitg.: Patrologia graeca, t. 80-84; J. Raeder, Graecorum affectionum curatio (Leipzig 1904); A. Möhle, T. von Kyros, Kommentar zu Jesaias (Berlin 1932).

Lit.: J. Schulte, T. von Gyrus als Apologet (Wien 1904); G. Bardy, art. T. de Cyr in Dict. de théol. catholique, t. 15 (Paris 1946); B. Altaner, Patrologie, 295-297 (Freiburg i. Br. 1950, met volledige literatuuropg.).