Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

OLYMPISCHE SPELEN

betekenis & definitie

(1, in de Oudheid), de beroemdste van de 4 grote feestspelen der Grieken, aldus genaamd naar Olympia, waar zij om de vier jaren ter ere van Zeus gevierd werden. Hun stichting werd reeds vroeg verbonden met de mythen van Zeus, Pelops en Oinomaos en Herakles, hun historische stichting of hervorming werd toegekend aan Iphitos uit Elis, die ook met de Spartaanse wetgever Lycurgus het eerst de godsvrede zou hebben afgekondigd, die gedurende de spelen in Griekenland gehandhaafd werd.

Sedert 776 werden de namen der overwinnaars opgetekend; dit jaartal gold als begin der Olympiaden. Het feest had plaats in Augustus of September en duurde eerst één dag, later vijf, toen bij de eenvoudige wedloop (dromos) ook de dubbele (diaulos), de lange loop (dolichos), de vijfkamp (pentathlon: verspringen, discuswerpen, hardlopen, worstelen of speerwerpen, boksen), het vuistgevecht, het worstelen, een verbinding van worstelen en vuistgevecht (pankration), de wapenloop en wagenrennen gevoegd werden. Tot de plechtigheden behoorden processies en offeranden, door vertegenwoordigers van staten en door overwinnaars gebracht, en een groot dankoffer door de bewoners van Elis aan Zeus. Tot de strijd werden alleen vrije Hellenen toegelaten (later ook Romeinen), die zich ten minste tien maanden in een Grieks gymnasium hadden geoefend onder leiding van trainers. De leiding was toevertrouwd aan tien door Elis benoemde Hellanodikai, die voor stipte naleving der voorschriften zorgden en de overwinnaars aanwezen. De prijs was een krans, gevlochten van de takken van de heilige wilde olijfboom, door een knaap, wiens ouders nog leefden, met een gouden mes afgesneden.

Bij de bekroning werden de naam van de overwinnaar, die van zijn vader en van zijn vaderland door een heraut verkondigd. De overwinnaars hadden het recht hun standbeeld te plaatsen in de Altis (z Olympia) en de meest gevierde dichters dichtten te hunner ere de zgn. epinikia (bijv. Pindarus). In hun geboorteplaats werden zij in triomf ingehaald. Te Athene werden zij levenslang in het Prytaneion gespijzigd, in Sparta mochten zij vechten naast de koning; ook waren zij vrijgesteld van belastingen. Uit geheel Griekenland stroomden toeschouwers naar de spelen; voor vrouwen was de toegang beperkt.

Bij de spelen ontstonden drukke markten. Kunstenaars stelden hun werken ten toon en dichters en redenaars lazen uit hun werken voor (bijv. Herodotus en Isokrates). In 393 n. Chr. hief Theodosius de Grote de spelen op.Lit.: A. Bötticher, Olympia, das Fest und seine Statte (1886); E. N. Gardiner, Greek Athletic Sports and Festivals (1910).

(2, Moderne), herleefden en werden tot bloei gebracht dank zij het bezielende initiatief van de Franse historicus en paedagoog baron Pierre de Coubertin, die in Juni 1894 in de Sorbonne te Parijs de vertegenwoordigers van een aantal landen bijeenbracht, waar tot het weder in het leven roepen van de Olympische Spelen „in moderne vorm, evenwel zoveel mogelijk overeenkomstig de Antieke Spelen en op internationale grondslag” werd besloten.

De eerste Spelen werden in April 1896 te Athene gehouden, ondanks het feit dat juist in Griekenland velen zich kantten tegen dit eerherstel der oude Spelen. Desondanks werden de Spelen van Athene, die in een marmeren stadion, dat 80 000 toeschouwers kon bevatten en dat een geschenk was van de rijke Averoff aan het Griekse volk, een groot succes en toen de Griekse boer Sotirios Luis het slotnummer, de Marathonloop, won, sloeg de stemming in Griekenland geheel om en deed men een poging de Olympische Spelen elke vier jaar…..(tekst ontbreekt)

Amstelveenseweg. Sportief zowel als organisatorisch mogen deze Spelen zeer geslaagd heten. Een der hoogtepunten werd het nummer 10 000 meter hardlopen dat door de Fin Paavo Nurmi werd gewonnen na een onvergetelijk duel met diens landgenoot Ritola. De Olympische eed werd afgelegd door de aanvoerder van het Nederlandse voetbalelftal Harry Denis.

De Nederlandse ploeg omvatte 303 deelnemers, onder wie 37 dames. Deze maal werden niet minder dan zeven gouden medailles behaald en wel door mej. M. Braun (100 m rugslag), C. F. Pahud de Mortanges (military), B. van Klaveren (vedergewicht boksen), jhr G.

Bosch van Drakenstein (1 km tijdrit wielrennen), B. Leene - D. van Dijk (2 km tandem wielrennen), de dames turnploeg en C. F. Pahud de Mortanges, G. P. de Kruyff en A. D. G. van der Voort van Zijp (military équipe).

Tweede prijzen werden gewonnen door mej. C. Gisolf (hoogspringen), G. P. de Kruyff (military), A. Mazairac (1 km sprint wielrennen), mej. M.

Baron (200 m schoolslag), mej. M. Braun (400 m vrije slag), J. Maas, P. van der Horst, J. Pijnenburg en A. J.

Braspenninx (4 km achtervolging wielrennen), het Nederlandse hockey-elftal en in de 8 meter-klasse zeilen. Derde prijzen werden gewonnen door K. Miljon (zwaargewicht boksen), A. Scheffer (middengewicht gewichtheffen), J. H. van Reede, P. M.

R. Versteegh en G. W. Ie Heux (dressuurwedstrijd équipe).

Het Nederlands voetbalelftal werd reeds in de eerste ronde uitgeschakeld door de ploeg van Uruguay, welke met 2-0 zegevierde en welke later het Olympisch kampioenschap verwierf door in de eindstrijd eerst met 1-1 tegen Argentinië gelijk te spelen en daarna met 2-1 te winnen. Het Nederlands elftal was als volgt samengesteld: doel: Van der Meulen; achter: Denis en Van Kol; midden: Van Boxtel, Massy en Van Heel; voor: Elfring, Buitenweg, Freeze, Gehring en J. Weber.

De Xde Olympische Spelen werden in 1932 in Los Angeles gehouden. Door de ongunstige ligging was het aantal deelnemers veel kleiner dan vier jaar tevoren in Amsterdam. Op de prestaties had dit echter geen invloed, want er werden niet minder dan 16 wereldrecords en 25 Olympische records verbeterd. Het stadion kon 105 000 toeschouwers bevatten.

De Nederlandse deelneming was bescheiden: 12 heren en 12 dames. Er werd slechts één gouden medaille gewonnen: door G. F. Pahud de Mortanges in de samengestelde ruiterwedstrijd (military).

Tweede prijzen waren voor G. F. Pahud de Mortanges, K. J. Schummelketel en jhr A. van Lennep (military équipe), A. L.

J. Maas (12-voetsjollen), J. van Egmond (1 km sprint wielrennen en 1 km tijdrit), mej. W. den Ouden (100 m vrije slag) en M. Vierdag, M. Oversloot, G. Laddé en W. den Ouden (4 X 100 m estafette vrije slag).

De laatste Olympische Spelen voor Wereldoorlog II, ter viering van de Xlde Olympiade, werden in 1936 te Berlijn gehouden, in een speciaal daarvoor gebouwd stadion, dat plaats bood aan 100 000 toeschouwers. De organisatie was uitmuntend doch men kon zich niet aan de indruk onttrekken dat de Duitsers zich vele inspanningen getroostten ter meerdere glorie van het nationaalsocialisme. Bijzondere prestaties werden verricht door de Amerikaanse neger-athleet Jesse Owens (die Olympisch kampioen werd bij het hardlopen over 100 en 200 meter en bij het vèrspringen en die met Metcalfe, Draper en Wykoff deel uitmaakte van de zegevierende 4 X 100 meter estafetteploeg) en door de Nederlandse zwemster Rie Mastenbroek (die zich Olympische titels verwierf op de nummers 100 meter en 400 meter vrije slag, die deel uitmaakte met de dames Selbach, Wagner en Den Ouden van de winnende 4 X 100 meter estafette ploeg vrije slag en die een tweede prijs behaalde op het nummer 100 meter rugslag achter de Nederlandse winnares mej. N. Senff).

Andere Nederlandse successen werden behaald door: Eerste prijzen: A. van Vliet (1 km tijdrit wielrennen); D. M. J. Kachelland (zeilen 12-voetsjollen); tweede prijzen: A. van Vliet (1 km sprint); H. L. M. van Schaik.

J. J. Greter en J. A. de Bruine (springconcours équipe); B. Leene en H. Ooms (2 km tandem wielrennen); derde prijzen: M.

Osendarp (100 en 200 m hardlopen) ; C. en P. Wijdekop (kano 10 000 m); J. Kraaier (1000 m); N. Tates en W. F. van der Kroft (1000 m).

Aan het Olympische voetbaltournooi dat door Italië werd gewonnen nam noch Nederland noch België deel.

De Spelen ter ere van de Xllde en XlIIde Olympiade konden wegens de oorlogstoestand geen doorgang vinden. In 1948 werden de XlVde Olympische Spelen in Londen gehouden. Het aantal deelnemers bereikte het record-aantal 4468, ook het aantal betalende bezoekers betekende een nieuw record: 1 247 000. De Spelen hadden een over het algemeen sportief verloop, hoewel zich wel enige incidenten voordeden en de eindstrijd van het voetbaltournooi tussen Zweden en Joegoslavië nauwelijks de naam sportgebeurtenis verdiende.

De resultaten die de Nederlandse ploeg (123 heren en 36 dames) bereikte waren zeker niet onbevredigend. Eerste plaatsen werden bezet door mevr. F. Blankers-Koen op de nummers 100 en 200 m hardlopen, op de 80 m horden en door mej N. van Vliet op het nummer 200 m schoolslag. Bovendien won de damesestafetteploeg 4 X 100 m hardlopen, bestaande uit X. Stad—De Jong, J. Witziers-Timmer, G. van der Kade-Koudijs en F, Blankers-Koen een gouden medaille.

Tweede prijzen: mevr. A. van den Anker-Doedens (500 m kano) en G. P. Voorting (wegwedstrijd wielrennen). Derde prijzen: Hockey-elftal (bestaande uit: Loggere, Esser, Bouwman, Bromberg, Boerstra, Drijver, Kruize, Derckx, Van Heel, Tiel en Langhout); Waterpolo-ploeg (bestaande uit: Braasem, Ruimschotel, Stam, Smael, Keetelaar, Salomons, Rohner, Cabout, Smol, Korevaar en Van Feggelen); W. Slijkhuis (1500 en 5000 m hardlopen); A.

Charité (gewichtheffen zwaargewicht); A. Maas en E. Stutterheim (zeilen Star-klasse); J. de Jong (zeilen Firefly-klasse); mej. M. Vaessen (100 m vrije slag); I. Schuhmacher, M.

Marsman, M. Vaessen en H. Termeulen (4 X 100 m vrije slag dames estafette).

Het Nederlands voetbalelftal won eerst van Ierland (3-1), maar werd daarna door Groot-Brittannië na een verlenging (met 3-4) uitgeschakeld. Het Nederlands hockey-elftal bracht het verder. Via overwinningen op België (4-1), Denemarken (4-1), Frankrijk (2-0) en een zware nederlaag tegen Pakistan (1 -6) bereikte de ploeg de halve finale, waarin met 1-2 van India werd verloren. Daar Pakistan met 2-0 tegen Groot-Brittannië ten onder ging werd het een eindstrijd India - Groot-Brittannië (4-0), terwijl Pakistan en Nederland om de derde plaats moesten spelen. Eerst werd het 1-1. doch in de beslissende ontmoeting werd een 4-1 zege bevochten.

Het Nederlands waterpoloteam bereikte via overwinningen op Chili (14-0) en India (12—1) de tweede ronde, waarin Spanje met 5-2 werd geslagen, Zweden met 5—3 en waarin met 3-3 tegen de Belgen werd gelijk gespeeld. In de finale-poule bleef Italië ongeslagen. Het bracht Nederland zijn enige nederlaag toe (2-4). Door een gelijk spel (3-3) ontging het Nederlands zevental juist nog de tweede plaats.

H. J. LOOMAN

Lit.: Baron Pierre de Coubertin, Une campagne de 21 ans (1908); Idem, Mémoires olympiques (1912); G. Diem, Der Olympische Gedanke (1921); G. J. Groothoff, De Olympische Spelen; Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan v. h. N.O.C. (1937).

Olympische Winterspelen

worden om de vier jaar gehouden, telkens in hetzelfde jaar, waarin ook de Zomerspelen plaats vinden. De eerste Olympische Winterspelen werden in 1924 te Chamonix georganiseerd. Het programma bestond uit kunstrijden, hardrijden, skiwedstrijden, bobsleighraces, curling en ijshockey. Er namen geen Nederlanders aan deel.

In 1928 werden de Ilde Olympische Winterspelen in St. Moritz gehouden. Het aantal Nederlandse deelnemers bedroeg 7, nl. de hardrijders S. Heiden en W. Kos en vijf bobsleigh-rijders. Zij boekten geen successen.

Aan de lIlde Olympische Winterspelen te Lake Placid (1932) namen geen Nederlanders deel in tegenstelling tot de IVde Olympische Winterspelen, welke in 1936 te Garmisch- Partenkirchen werden gehouden. Van de 15 Nederlanders, onder wie één dame (jkvr. G. Schimmelpenninck van der Oye) behaalde de schaatsenrijder J. Langedijk het meeste succes. Hij werd vierde op de 5000 meter en zesde op de 10 000 meter.

Eerst in 1948 vonden te St. Moritz de Vde Olympische Winterspelen plaats. Er namen slechts vier Nederlanders aan deel. J. Langedijk werd 5de op de 5000 meter en 6de op de 10 000 meter; K. Broekman werd 6de op de 5000 meter en 5de op de 10 000 meter.

Een fraaier resultaat bereikte K. Broekman tijdens de Vide Olympische Winterspelen in 1952 te Oslo, toen hij zowel op de 5000 als op de 10 000 meter de tweede plaats bezette achter de Noorse hardrijder Hjalmar Andersen. Een zelfde prestatie volbracht W. van der Voort die tweede werd op de 1500 meter, eveneens achter H. Andersen.

Internationaal Olympisch Comité,

opgericht door een in 1894 in de Sorbonne te Parijs gehouden congres, is de hoogste instantie ten aanzien van de reglementering en de leiding der Olympische Spelen, welke worden gehouden in het eerste jaar van elke nieuwe Olympiade. Het I.O.C. wijst ten minste drie jaar van tevoren de stad aan, waar de Olympische Spelen zullen worden gehouden. Het draagt de organisatie op aan het Nationaal Olympisch Comité van het land waar genoemde stad is gelegen en ziet toe, dat amateurs van alle landen in sportieve en gelijke strijd elkaar onder zo gunstig mogelijke omstandigheden bekampen. Discriminatie van een deelnemer op grond van huidskleur, godsdienst of politieke gezindheid is niet geoorloofd. De sporttechnische leiding wordt uitgeoefend door de internationale sportfederaties.

Het I.O.C. roept congressen bijeen, waaraan vertegenwoordigers van Nationale Olympische Comité’s en internationale sportfederaties deelnemen. Het dagelijks bestuur, meer bekend onder de benaming commission exécutive, bestaat uit een resident, een vice-president en vier leden. Behalve het houden van Olympische Spelen stelt het I.O.C. zich ten doel het bevorderen van alzijdige lichamelijke ontwikkeling en het verbreiden van de Olympische beginselen.

Nederlands Olympisch Comité (N.O.C.)

werd opgericht 12 Sept. 1912 op initiatief van F. W. Baron Tuyll van Serooskerken. Het N.O.C. stelt zich ten doel de sportbeoefening en de lichaamsvaardigheid in Nederland in de ruimste zin des woords te bevorderen en te veredelen, ten einde daardoor de geestelijke en lichamelijke gezondheid van het Nederlandse volk te verhogen. Het tracht dit doel te bereiken door het in één verband brengen van alle in Nederland gevestigde, rechtspersoonlijkheid bezittende leidende sportbonden. Voorts houdt het N.O.C. zich bezig met de voorbereiding en het doen deelnemen van sportlieden aan de Olympische Spelen, het doen afleggen van nationale vaardigheidsproeven. Bij het N.O.C. zijn thans (1952) aangesloten 35 nationale sportorganisaties met totaal ruim 900 000 leden.

Belgisch Olympisch Comité

werd op 18 Febr. 1906 opgericht door een groep sportleiders om de Belgische deelneming aan de Ol. officieuze Spelen te Athene (1906) mogelijk te maken. Aan het hoofd stond baron Edouard de Laveleye, de toenmalige voorzitter van het Belgisch Athletiekverbond. Het Belgisch Olympisch Comité, in 1925 versmolten met het in 1919 opgerichte Comité voor Lichamelijke Opvoeding en Volksgezondheid (N.C.L.O. en B.O.C.), houdt zich bezig met de inrichting van de lichamelijke opvoeding en de sport, de opleiding der Belgische athleten voor de Olympische Spelen, de bevordering der betrekkingen tussen de nationale sportbonden, de geneeskundige controle en de inrichting van sportcompetities, in samenwerking met de burgerlijke en militaire overheid. In 1952 waren 41 nationale organisaties met 270 000 leden bij het Comité aangesloten. Wegens een nog niet bijgelegd geschil nam de Kon. Belgische Voetbalbond in 1950 ontslag met zijn 300 000 leden.

Voorzitter, sinds enkele jaren, is R. W. Seeldrayers.