Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

OLYMPIA

betekenis & definitie

de plaats, waar de Olympische spelen werden gehouden, ligt in het Griekse landschap Elis aan de westkust van de Peloponnesus, niet ver van de zee, ten Z. begrensd door de rivier Alpheios (Alpheus), ten W. door de Kladeos en ten N. en O. door heuvels (o.a. de Kronosheuvel). De vlakte bestond uit 3 delen:

1. de aan de goden gewijde, Altis genaamde ruimte, omgeven door een muur, met een toegang in het Z.W. en een uitgang in het N.W.;
2. de ruimte voor de banen voor de wedloop en worstelperken;
3. de ruimte, bestemd om de priesters en feestgangers onderkomen te verschaffen. Het middelpunt der Altis was het altaar van Zeus. In de nabijheid daarvan stonden drie heiligdommen, het Heraion, een Dorische, zeer oude tempel van Hera; het Pelopion, een tempel van Pelops en het Metroön, de tempel van de moeder der goden. Ten Z. van deze gebouwen stond de beroemde tempel van de Olympische Zeus, door de bewoners van Elis gesticht ter gedachtenis aan hun overwinning op de inwoners van Pisa.

Hij was in Dorische stijl, bijna zo groot als het Parthenon en had 6 maal 13 zuilen. In de gevelvelden waren afgebeeld de voorbereiding tot de wedstrijd tussen Pelops en Oinomaos ep de strijd der Lapithen en Kentauren, alles van wit marmer. In de cella, binnen in de tempel, bevond zich het reusachtige beeld van Zeus, op een troon gezeten, vervaardigd door Pheidias van goud en ivoor over een houten kern. Van de overige gebouwen der Altis vermelden wij: het Prytaneion, waar het feestmaal voor de overwinnaars werd aangericht, het Philippeion, door Philippus van Macedonië na de slag bij Chaironeia gewijd en door Alexander voltooid, e.a. Buiten de muur der Altis bevonden zich langs de voet van de Krónosheuvel de zgn. schatkamers (voor wijgeschenken) der verschillende Griekse steden; het laatste dier gebouwen grensde aan het Stadion (de Renbaan), dat 192 m lang was; Z.O.-waarts bevond zich het Hippodroom, dubbel zo lang en bestemd voor wedstrijden met de wagen. Ook lag nog buiten de Altis het Gymnasion met woningen en worstelperken voor de worstelaars, de Palaistra met een Dorische binnenhof en een samenstel van bouwwerken, dat o.a. een Heroën, de werkplaatsen van Pheidias (later een Byzantijnse kerk) en woningen van priesters bevatte.

Al deze gebouwen werden verwoest, geplunderd, door aardbevingen omgeworpen en door overstromingen van de Kladeos onder slib bedolven. De eerste, die in de nieuwere tijd op de plek de aandacht vestigde, was de Engelsman Chandler in zijn Travels in Greece (1776); later maakten andere Engelsen er melding van. Pas in 1874 echter werden onder leiding van de Duitsers Curtius en Adler op kosten van de Duitse regering systematisch opgravingen gedaan, die tot 1881 duurden en de grondslagen der verschillende gebouwen blootlegden. Tot de gevonden kunstwerken behoren groepen uit de frontons en voorts metopen van de tempel van Zeus, beelden en koppen van marmer, de Hermes van Praxiteles, de Nike van Paionios, het reliëf van de gevel van het schathuis van Megara en vele andere beelden, waaronder talrijke van leden van het Romeinse Keizerlijke Huis. Alle vondsten zijn eigendom van Griekenland gebleven, dat in Olympia een museum hiervoor gebouwd heeft. Een klein aantal bevindt zich te Berlijn en een tweetal metopen te Parijs. In 1935 zijn de opgravingen te Olympia door de Duitsers hervat.

Lit.: O. Ergebnisse der vom Deutschen Reich veranstalteten Ausgrabungen, hrsg. v. E. Curtius u. F. Adler, 10 dln (1890-97); R.

Hamann, Olympische Kunst (1923); E. Buschor en R. Hamann, Die Skulpturen des Zeustempels zu O. (1924); E. N. Gardiner, O., lts History and Remains (1925); W. Dörpfeld, Alt-O., 2 dln (1935); E.

Curtius, O. (1935); W. Wunderer, O. (1936); W. Hege en G. Rodenwaldt, O. (1936); L. Deubner, Kult und Kunst im alten O. (1936); E. Kunze e.a., Bericht über die neuen deutschen Ausgrabungen von O.

I-IV (1937-1944); E. Kunze en H. Schleif, Olympische Forschungen I (1944).