Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 04-07-2022

Istanboel

betekenis & definitie

(1) (Stamboel, Turks: Istanbul, verbastering van Gr. „naar de stad”), voorheen Constantinopel, in de Oudheid Byzantium genoemd, grootste stad in Turkije, telt (1950) 960000 inw. Sedert 13 Oct. 1923 heeft het zijn plaats als hoofdstad aan Ankara moeten afstaan.

Istanboel is de zetel van de regering van het Turkse vilajet Istanboel, verder van de Griekse patriarch, een Armeens patriarch, een Bulgaarse exarch, een R.K. aartsbisschop (delegaat), een grootrabbijn en van verschillende consulaten. De bevolking is zeer gemengd. Zij bestaat uit Mohammedanen (grotendeels Turken), Armeniërs, Israëlieten, Grieken en andere Europeanen.Ligging.

Istanboel is gelegen aan de Gouden Hoorn op een landtong, waar de Bosporus uitmondt in de Zee van Marmora. Langs de beide oevers van de Gouden Hoorn en aan de Aziatische kust liggen de voorsteden Ejjoeb, Galata, Pera, Tophane, Fyndykly, St Dimitri, Kassim Pasja, Hasköj, Sütlüdje, Usküdar (Skoetari), Kadiköy, Besjik-Tasj e.a. De Gouden Hoorn, een der grootste en veiligste havens der wereld, wordt door twee bruggen, die Galata met Istanboel verbinden, in drieën verdeeld. Istanboel is een zuidelijke stad met een noordelijk klimaat (late lentes, zachte herfsten).

Stadsbeeld.

De oude binnenstad heeft nog veel wijken met nauwe kronkelige straten en houten huizen. In de loop der 20ste eeuw is veel gemoderniseerd, waartoe de grote, vroeger door brand verwoeste gedeelten goede gelegenheid gaven. Van de tien moskeeën, die door de sultans gebouwd en naar hen genoemd zijn, is die van Soleiman (van 1550-1566 naar ontwerp van de architect Sinan gebouwd) de schoonste. Verder treft men er 172 Christelijke kerken aan, vooral in het stadsgedeelte Phanaar, waar vroeger de resten der Grieks-Christelijke bevolking woonde waarvan de Johanniskerk de oudste is, en 40 synagogen.

Onder de paleizen van de sultan nam het op de westelijke punt van de landtong gelegen Serai of Serail, uit een gehele stadswijk met paleizen en tuinen bestaande, de eerste plaats in. Dit door muren omgeven gedeelte ligt op de plaats van het oude Byzantium en de Akropolis en werd door Mohammed II gebouwd. Door de hoofdpoort komt men in de Janitsjarenhof, waar zich de munt, de Irenekerk, de Tsjinlikiosk met het nieuwe en het oude antiquiteitenmuseum en de kunstschool bevinden. Door de Orta Kapoe komt men in een tweede ruimte, die door een derde poort, die der Gelukzaligheid, met de binnenste hof en de Divanzaal in verbinding staat. Van de openbare gebouwen zijn bekend de Hoge Porte, vroeger met de bureau’s van de grootvizier en de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Binnenlandse Zaken en de „staatsraad”, waaraan de Turkse regering en het Turkse rijk hun naam ontleenden, thans met de regering van het vilajet Istanboel, verder het Seraskieraat, vroeger ministerie van Oorlog, thans universiteit en het slot van de zeven torens (Jedi Koele), dat lange tijd als gevangenis gediend heeft.

Istanboel bezit een aantal overdekte bazaars, waarvan de Grote Bazaar met meer dan 3000 winkels, magazijnen enz. en de Egyptische Bazaar de voornaamste zijn. Verder treft men een reeks van karavanserai’s aan. In de zgn. Chans hebben geldwisselaars en groothandelaars hun kantoren.

De stad bezit meer dan 160 openbare badinrichtingen, de fontein van Ahmed III en de fontein, die keizer Willem II van Duitsland in 1900 aan de stad schonk. De voorstad Tophane („kanonnenhuis”) is genoemd naar de geschut- en kogelgieterij aldaar. Galata is het middelpunt van de handel met Europa. Daar zijn de meeste Europese banken en grote import- en exporthuizen. Daar woont ook een bonte bevolking, in de Middeleeuwen o.a. Genuezen, thans vooral Grieken en Joden (zgn.

Spanjolen). In Galata zijn ook een beurs en een Kamer van Koophandel. Pera (d.i. „overzijde”) met zijn hotels, schouwburg, winkels, scholen, postkantoren enz. maakt de indruk van een Italiaanse stad (de Grote Perastraat heet thans „Istiklal Djadesi”). In Kassim Pasja treft men het scheepsarsenaal en verschillende gebouwen, die op de scheepvaart betrekking hebben, aan. De Griekse voorstad Sant Dimitri in het N. was slecht gebouwd en stond in slechte reuk.

De in 1863 opgerichte universiteit telt ca 2000 studenten. Het „Robert College” in de voorstad Behek is Amerikaans.

Handel en verkeer.

Voor de handel is de ligging buitengewoon gunstig; vanouds vormde Istanboel de verbinding tussen het Oosten en Westen waardoor het, ondanks verschillende rampen, telkens weder tot bloei kwam en ook nu nog een belangrijke handelsplaats van het Turkse rijk en de Levant is. De stad is door een spoorweg met Midden-Europa en met Saloniki verbonden en is uitgangspunt van de Anatolische spoorweg, die in Kadi Keny op de Aziatische oever begint. In 1899 is men met de aanleg van een moderne haven begonnen.

Lit.: F. Schrader, Konstantinopel, Vergangenheit u. Gegenwart (1919); Illustr. Taschenführer durch I. (1932); R. Mayer, Byzantion, Konstantinopolis, I. eine genet. Stadtgeographie (Denkschr. d.

Akad. der Wiss., Wien, philos.-hist. Klasse 71, 3, 1943).

Geschiedenis.

Op de plaats van de oude stad Byzantium, kolonie der Megarieërs (gebouwd in 660 v. Chr.), is Septimus Severus begonnen een Romeinse stad te bouwen; maar het was Constantijn de Grote, die de stad waarlijk heeft opgebouwd na zijn overwinning op Licinius (324-337). De naam van de nieuwe stad is in de eerste eeuwen nogal vaag: Nieuw-Rome, Polis (= stad), la basileuousa (= hoofdstad), en ten slotte: stad van Constantijn. De stad is dadelijk zeer geliefd geworden bij de Grieken. Gedurende de Middeleeuwen is zij de wereldstad bij uitstek geweest en na de inneming door de Turken is ze de droomstad geworden, die eenmaal aan het Griekse volk zou worden teruggegeven. Om zijn stad mooier te maken beroofde Constantijn Griekenland van zijn meesterwerken.

Niet alleen werden de pleinen versierd met de beelden der oude goden, maar ook de huizen van rijke particulieren zoals bijv. van Lausos, dat de beelden bevatte van de Athena van Indos, van een Aphrodite van Praxitiles, de Hera van Lisippus en ten slotte de grote Zeus van Phidias die van Olympia gehaald was. Dat alles ging te gronde door de brand tijdens de opstand van Nika, zoals de historicus Kedrenos ons meldt.

Gedurende de verschillende tijdperken heeft de stad telkens een ander uiterlijk gehad. Zoals ze door Constantijn gebouwd was, heeft ze op het oude Rome geleken, vooral omdat ze ook op zeven heuvels gebouwd was; van dat Romeinse uiterlijk is thans niet veel over. Theodosius II heeft de stad nl. zeer vergroot, zodat de omtrek der muren 20 km lang was geworden. Die muren vormden de grote verdedigingskracht van de stad, die in haar geschiedenis van 1000 jaren slechts tweemaal is ingenomen: tijdens de 4de kruistocht (1204) en in 1453 door de Turken. De muren waren omringd door een gracht en daaromheen wederom twee muren verdedigd door talrijke torens. Aan de westkant bevond zich de Gouden Poort; daardoor kwamen de keizers binnen als zij van een overwinningstocht terug kwamen.

Wat meer naar het N. was er een andere poort die van de H. Romanos, beroemd omdat de laatste keizer Constantijn XI Paleologos daar in 1453 gedood is. Daar de Turken de muren niet vernield hebben en ze slechts door de tand des tijds zijn aangetast, kan men nog heden verschillende gedeelten bijna intact bezichtigen. Tijdens de regering van Justinianus I heeft de stad het uiterlijk gekregen dat karakteristiek voor haar is. Met grote zorg heeft men haar van water voorzien. Er zijn onderaardse putten, rustend op duizend stenen zuilen, die elke bezoeker verbazen en nog steeds water aan de stad geven. Tijdens de opstand van Nika is een groot gedeelte van Constantinopel verwoest, zodat op het bevel van de keizer de stad weer op te bouwen architecten van aanleg haar hebben kunnen herbouwen, Oosterse elementen combinerend met de reeds aanwezige klassieke, en zo scheppend wat wij nu noemen: de Byzantijnse stijl.

Een brede weg begon bij' de Gouden Poort, voerde door het administratieve centrum en leidde naar de havens van de Gouden Hoorn. Die weg had aan beide kanten arkaden, gedragen door zuilen en versierd met mozaïeken. Het centrum der stad bevatte het grote paleiscomplex, dat men het Heilige Paleis noemde en dat zich voortzette tot aan de zee van Propontis, waar de keizerlijke haven Boekoleon was. Het paleis bevatte, behalve de keizerlijke appartementen, grote receptiezalen, kapellen, tuinen, binnenplaatsen en vele administratieve bureau’s. Het stond in verband met de grote kerk der heilige Sophia, die de mooiste uiting is der Byzantijnse kunst en waar vele grote historische plechtigheden hebben plaats gehad; zo werden er de keizers gekroond. De keizer kon zich van zijn paleis ook naar zijn loge in het Hippodrome begeven zonder op straat te komen, waar op feestdagen het volk van Constantinopel de boventoon voerde, in twee partijen verdeeld: de blauwen en de groenen.

Ten N. van dit complex verhief zich een zeer groot gebouw, dat terzelfder tijd een fabriek was van kostbaarheden, als ook magazijn van deze voorwerpen. Het heette Lambter, omdat het elke nacht verlicht bleef, als reclame voor de grote keizerlijke industrieën. Daar werden ook symbolische vuren ontstoken wanneer men oorlogsberichten kreeg die van top tot top door vuren werden overgebracht vanaf de grenzen van Klein-Azië tot de hoofdstad. Behalve op het Lambter was de stad elke nacht verlicht tot in de verst afgelegen wijken (zie hierover Ta Pattia, Bonn 1843). Tot aan de dynastie der Comnenen is Constantinopel weinig veranderd, maar later is de keizerlijke residentie overgebracht naar Blachemen in het uiterste N. der stad, waarvan ons een prachtige beschrijving is gegeven door de Spaanse rabbi Benjamin van Tudela, die in de 12de eeuw een grote reis naar het O. maakte (uitstekende uitgaven van Franse vertalingen, Amsterdam 1734 en 1735).

De stad heeft dikwijls grote rampen doorstaan ten gevolge van aardbevingen of branden, die bevorderd werden door het feit dat sommige grote straten niet onderbroken werden door zijstraten. Tot aan de inneming van de stad tijdens de 4de kruistocht (1204) was haar schoonheid geheel intact. Het verhaal van Villehardouin is een getuigenis van de diepe indruk, die de stad op de kruisvaarders maakte. De historieschrijver Michail Akominatos Choniatis beschrijft ons de klassieke meesterwerken die toen ten onder zijn gegaan. Beroemde bronzen beelden zijn toen gesmolten om geld te maken. Toen de Paleologen de stad hernomen hadden in 1261, hebben ze getracht wat vernield was te herstellen.

Ondanks de moeilijkheden blijft Constantinopel een intellectuele hoofdstad, want een werkelijke Renaissance der kunst heeft plaats. De mozaïeken van het klooster Monitis choras (tegenwoordig Turkse moskee: Kekrié Djami) zijn in een andere techniek gemaakt dan die van de 6de eeuw en schijnen de schilderkunst geïnspireerd te hebben van Giotto en zijn tijdgenoten. Men kan hetzelfde zeggen van de fresco’s van de hoofdstad der Paleologen op de Peloponnesus, Mistra. De inneming van de stad door de Turken vermelde voor altijd de stedelijke schoonheid; vele beroemde monumenten geraakten voorgoed in verval. De kerk van de H. Sophia werd in een moskee veranderd (in 1935 is zij museum geworden), en men imiteerde haar stijl bij de bouw van nieuwe moskeeën. De historische gebeurtenissen, die beslissend waren voor de Byzantijnse geschiedenis, hebben zich dikwijls afgespeeld voor de muren van de hoofdstad. Onder Heraclius onderging zij tweemaal een beleg, dat van de Avaren en dat van de Perzen (623 en 626); de Arabieren belegerden haar driemaal (673, 678 en 717), de laatste keer heeft het Griekse vuur de Arabische vloot vernietigd en zo de stad en de Europese beschaving gered.

Toen de kleine Italiaanse staten zich vormden en het Oosterse rijk aan verschillende gevaren bloot stond, begingen twee keizers de fout aan de Venetianen en de Genuezen elk een haven van de stad af te staan; het waren Alexios I Comnen en Johannes Comnen. Zij werden daartoe gedreven doordat de Byzantijnse vloot in hun tijd zo zwak was, maar hierdoor verzwakte de staat, want de vreemdelingen verrijkten zich ten koste van het Rijk, zonder dat dit er voordeel uit won. De Turken hebben de stad niet dadelijk durven belegeren, maar deden hun best haar van haar provincies te beroven (twee Turkse aanvoerders die het geprobeerd hebben zijn er niet in geslaagd haar in te nemen: Bajazet in 1396 en Moerad II in 1422). Toen zij in handen der Turken viel bestond het Rijk nog slechts uit de stad zelf.

Sedert haar stichting is Constantinopel de zetel geweest van het patriarchaat der Grieks-Katholieken. Zelfs Sultan Mohammed II erkende het recht der Grieken een patriarch te behouden. Heden bevindt het patriarchaat zich nog in de wijk die Phanaar heet. Constantinopel werd de hoofdstad van de sultan en heeft sindsdien slechts ééns vreemde overheersing moeten verdragen, nl. in 1918. Na de inneming van Constantinopel, dat voortaan Istanboel heette, door de Turken, wordt de geschiedenis van de hoofdstad bepaald door die van Turkije zelf (z Turkije).

Sultan Solim III (1789-1807), die administratie en leger wilde vernieuwen, vond conservatieve stromingen tegenover zich en fanatieke Janitsjaren, twee elementen, die niet ophielden bloedige gevechten in de hoofdstad te veroorzaken tot de opheffing van het korps der Janitsjaren. Tijdens de regering van Mahmoed II (1808-1839), toen de Griekse Revolutie werd uitgeroepen, verlangden enkele fanatici het uitmoorden van de Griekse natie en zij hadden gedurende enkele dagen de overhand: de Patriarch werd opgehangen en verschillende vooraanstaande Grieken vermoord. Maar de Sultan, bedroefd over het succes van de Revolutie en over de slapheid van de Janitsjaren, gaf het volk van Istanboel wapens, waarop 20 000 Janitsjaren vermoord werden; dat was het einde van het beroemde korps. Gedurende de 2de helft van de igde eeuw werd de stad verfraaid; vooral aan de noordelijke kant namen Galata en Pera het uiterlijk aan van een Europese stad; een archaeologisch museum werd gesticht, terwijl de Byzantijnse kerk van de Heilige Irene in een militair museum werd veranderd. Nadat in Wereldoorlog I Turkije aan de kant van Duitsland had gestaan, bezetten geallieerde troepen de hoofdstad onder de Franse generaal Franchet d’Espérey (1918). Moestafa Kemal Pasja (z Atatürk), ontsnapt uit Istanboel, riep, na de Griekse legers in Klein-Azië te hebben verslagen, Angora (Ankara) tot Turkse hoofdstad uit (1923) hoewel een Turks leger kort tevoren de oude hoofdstad Istanboel hernomen had. Bij de verdragen en de bevolkingruil werden alleen de Grieken uit Istanboel tegen de Turken uit Thracië geruild.

PROF. DR s. ANTONIADIS.

Lit.: Alle Byzantijnse geschiedschrijvers geven details over de stad. H. G. Dwight, Constantinople Old and New (1915); Johnson, Constantinople to-day (1922). C. Diehl, Constantinopel (1924); Skalkatos Byzantios, Constantinopel (Athene 3 d. 1851-’69, in het Grieks).

(2), Turks vilajet (district), gelegen aan weerszijden van de Bosporus met een oppervlakte van 5482 km2 en (1945) 1 078 399 inw., waarvan meer dan drie vierden in het Europese gedeelte (3350 km2) en het overige in het Aziatische gedeelte (2132 km2) woont.