Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 04-07-2022

Incorporatie

betekenis & definitie

is de vereniging van een beneficie met een kerkelijk instituut of lichaam (corpus), ontstaan meestal met het doel om die grotere instelling stoffelijk te steunen. Zulk een vereniging bleek soms dringend nodig te zijn, wanneer de gewone inkomsten geslonken waren, maar gaf ook dikwijls aanleiding tot ergerlijke misbruiken.

Zonder het woord te noemen kent de Codex Iuris Canonici (c. 1425) de incorporatie vooral nog in deze dubbele vorm: 1. als unio ad temporalia tantum: wanneer nl. een klooster enkel het vruchtgebruik van een parochie heeft, dus de inkomsten krijgt, welke de parochie oplevert, maar er geen kloosterling als pastoor mag aanstellen; 2. als uniopleno iure: wanneer, met instemming van de bisschop, de kloosteroverste over die parochie een der zijnen mag aanstellen; deze blijft overigens, wat de uitoefening van de zielzorg betreft, onder het gezag van de bisschop staan. Toen onder Philips II in de Nederlanden nieuwe bisdommen werden opgericht, moesten de rijkere abdijen in het onderhoud der bisschoppen voorzien; zo zorgde Egmond voor Haarlem, Affligem voor Mechelen, Tongerloo voor ’s-Hertogenbosch; in de pauselijke oorkonden werd dat ook incorporatie genoemd, al was het feitelijk het bekende stelsel der commende.