Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

Het IJ

betekenis & definitie

in Noord-Holland, stond vroeger in open verbinding met de Zuiderzee. Het strekte zich van Durgerdam westwaarts uit tot aan de duinen.

Aanvankelijk een smal water, breidde het zich in later eeuwen door afslag steeds meer uit, terwijl op de bodem een kleilaag bezonk, over het grootste deel 1-3 m dik.Reeds in de 12de eeuw lagen er dijken langs het IJ. Door een landengte — in de vorige eeuw nog slechts 8 km breed — (Holland op zijn smalst) was het IJ bij Beverwijk van de Noordzee gescheiden. In 1865 werd het IJ door een dam met sluizen (de Oranjesluizen) van de Zuiderzee afgesloten en vrijwel geheel ingepolderd, waardoor grote vruchtbare polders ontstonden. Tussen deze polders werd een strook water gespaard, die daarna, verdiept en doorgetrokken door de landengte, een korte grootscheepse verbinding met de Noordzee vormde, die in 1876 onder de naam Noordzeekanaal in gebruik werd gesteld. Tegenwoordig is het overgebleven deel van het IJ met het Noordzeekanaal boezemwater van de aangelegen waterschappen.