Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

HERAKLES

betekenis & definitie

(Latijn: Hercules), zoon van Zeus en Alkmene, grootste Griekse heros, die kracht, moed, energie, uithoudingsvermogen en medegevoel in zich droeg en om deze deugden later onder de goden werd opgenomen. Zijn naam is onverklaarbaar (van Hera? of heros?), evenzo zijn oorspronkelijk wezen.

Hij moet in de sage zeer oud zijn (de opvatting, dat de Doriërs hem zouden hebben meegebracht, is opgegeven). Vermoedelijk ligt zijn oorsprong in het land Argolis en zouden de sagen, die Hera tot zijn vijandin maken, terug te leiden zijn tot een strijd van de landsgodin tegen hem. Een andere sage, die Thebe als zijn geboorteplaats noemt, zou dan in oorsprong die van een andere heros, Alkaios, zijn, welke met die van Herakles verbonden is, terwijl een derde, met hem verbonden sage op de Oita speelt. Zeker was hij in oorsprong geen god, maar een mensheros, zoon van Amphitryon en pas later van Zeus. Voor zijn geboorte z Alkmene. Herakles doodde in de wieg 2 slangen, gezonden door Hera (of volgens een ander verhaal door Amphitryon, die wilde weten, welk van Alkmene’s twee kinderen zoon van Zeus was).

Als leermeesters had hij Linos voor zang, Autolykos voor worstelen e.a. In zijn jeugd doodde hij een leeuw. Hij huwde de Thebaanse prinses Megara, doch doodde haar en haar kinderen in een vlaag van waanzin. Als zoenoffer daarvoor zou het Delphisch orakel hem hebben opgedragen Eurystheus, koning van Mykene, te dienen (z Alkmene). (Sommigen geloven, dat hierin de onderworpenheid van Tiryns, zijn geboorteplaats, aan Mykene tot uiting komt.) In diens dienst volvoerde hij de 12 werken (vroeger wel beschouwd als een zonnemythe, thans meer als een reeks van avonturen door verschillenden bedreven en op Herakles overgebracht; in de filosofie zijn zij de athloi, de werken, die de mens moet bestaan voor het eeuwig geluk, en Herakles is de Soler of Redder). De „werken” waren:1. Hij doodde de Nemeïsche leeuw, die in het dal Nemea verbleef, door het dier, waarvan de huid voor wapens onkwetsbaar was, met zijn knots neer te slaan en in zijn armen te worgen;
2. hij doodde, geholpen door Iolaos, in de moerassen van Lerna een vreselijke waterslang, de zgn. Lernaeïsche hydra, welker afgehouwen koppen telkens weer aangroeiden, zodat Iolaos ze moest afbranden;
3. hij ving een hinde, aan Artemis gewijd, na een jacht van een jaar;
4. hij greep het zgn. Erymanthische zwijn, dat de omstreken van de berg Erymanthos in Arkadië teisterde, door het in de sneeuw na te jagen en bracht het op zijn schouders levend naar Eurystheus, die zo bang werd, dat hij in een ledig vat wegkroop;
5. hij reinigde in 1 dag de stallen van Augias*, zoon van Helios, koning van Elis, en ruimde de meststof op, er door 3000 runderen opgestapeld, door de rivier Alpheios er doorheen te leiden;
6. hij doodde de Stymphaliden, grote vogels in Arkadië, met scherpe veren, door ze met een ratel op te schrikken en daarna dood te schieten;
7. hij ving op Kreta de stier, die vroeger Europa naar Kreta had gebracht, waarna het dier niet door Minos, zoals hij beloofd had, aan de zeegod geofferd, maar bij zijn vee gevoegd was; hierop had Poseidon de stier woedend gemaakt. Toen Herakles dat dier naar Eurystheus droeg, sidderde deze van angst en liet het beest los, dat naar Marathon vluchtte;
8. hij bracht de mensenetende paarden van Diomedes, koning van Thracië, die alle vreemdelingen verslonden, aan zijn lastgever;
9. hij haalde voor deze, door enige andere helden geholpen, de gordel van Hippolyte, koningin der Amazonen*;
10. hij bracht hem de runderen van de uit 3 lichamen bestaande reus Geryon*;
11. hij roofde de gouden appels uit de tuin der Hesperiden (z Atlas) en
12. haalde, met verlof van Hades, de driekoppige helhond, Cerberus genaamd, uit de onderwereld en bracht hem terug, nadat hij hem getoond had aan Eurystheus.

Daar sommige van deze werken in de Peloponnesus, andere daarbuiten waren volbracht, spreekt men van avonturen van verschillende helden. Zeker is in het halen van de appels der Hesperiden het overwinnen van Geryon, die in het uiterste Westen bij de onderwereld woont en van Cerberus (de Doodshond) Herakles’ verkrijgen der onsterfelijkheid vermeld. Dit zijn dus 3 van elkaar onafhankelijke sagen, die ook weer gescheiden zijn van het verhaal omtrent zijn dood en hemelvaart op de Oita. Men heeft deze sagen wel in verbinding gebracht met het Babylonische Gilgamesj-epos* waarin de held ook de onsterfelijkheid zocht en de Oosterse oorsprong der Herakles-sage ook willen bewijzen uit de afbeelding van een zegel, in Klein-Azië gevonden, waarop een held strijdt tegen een veelkoppige draak. Dit alles en ook andere gegevens schijnen inderdaad naar het Oosten te wijzen.

Naast de werken staan de zgn. parerga (bijwerken, toevallige avonturen). Daartoe behoort zijn gevecht tegen de Centauren op de berg Pholoë in Arkadië; zijn deelneming aan de strijd der goden tegen de Giganten; zijn doden van een reus. Alkyoneus; zijn deelneming aan de tocht der Argonauten*; de bevrijding van Hesione, die door haar vader aan een zeemonster was prijsgegeven (z Laomedon); de oprichting der Zuilen van Herakles; zijn terugkeer van Iberië (Spanje) naar Argos na de overwinning op Geryon; zijn strijd tegen Antaios en Busiris, koning van Egypte (= Per-Usire = Huis van Osiris), die vreemdelingen ombracht; de bevrijding van de aan de Kaukasus vastgeklonken Prometheus* en van Theseus, die zich in de onderwereld bevond. Onder zijn latere daden wordt vermeld, dat hij Alkestis uit de onderwereld terugbracht (z Admetos). Maar in een vlaag van woede wierp hij Iphitos, de oudste broeder van de door hem geliefde Iole, van de muren van Tiryns. Hoewel gezuiverd van deze daad, gevoelde hij zich daarover bezwaard, zodat hij ziek werd en het orakel van Delphi raadpleegde.

Dit zeide, dat hij van zijn ziekte zou herstellen, indien hij zich voor 3 jaar als slaaf verkocht. Dientengevolge verkocht Hennes hem aan Omphale*, koningin van Lydië. Na het voleindigen van zijn diensttijd strafte hij een aantal ongerechtigheden van vroeger. Hij trok met een leger naar Troje, om Laomedon, de vader van Hesione, te tuchtigen, omdat deze hem het bedongen loon had onthouden. Te Kalydon had hij intussen de gunst trachten te verwerven van Deianeira, dochter van Oineus en, nadat hij tegen de riviergod Acheloös om haar bezit gestreden had, haar verkregen. Op reis naar Traclus ontmoette hij aan een rivier de centaur Nessos, die reizigers naar de overzijde bracht.

Toen deze bij het overdragen van Deianeira zich aan haar wilde vergrijpen, doodde Herakles hem met een pijl, die in het vergif van de slang van Lerna was gedoopt. Bij het sterven leerde Nessos Deianeira de kunst een zgn. minnedrank voor Herakles te bereiden. Deze nu, te Trachis in Thessalië aangekomen, verzamelde, na tegen de Lapithen en Kyknos gestreden te hebben, een leger om wraak te nemen op Eurytos, die hem Iole had geweigerd. Eurytos en zijn zoons sneuvelden, de stad werd geplunderd en Iole gevankelijk weggevoerd. Deianeira, dit vernemend, bestreek nu een gewaad, waarin Herakles wilde offeren, met het haar door Nessos gegeven bloed. Toen Herakles het aantrok, brandde het vergif in zijn lichaam, zodat hij met het gewaad zich het vlees van het lichaam scheurde.

Overmand door pijn, bouwde hij zichzelf een brandstapel op de Oita. Volgens de sage werd hij echter van daar weggevoerd naar de hemel en onder de goden opgenomen. Daar huwde hij Hebe.

Herakles is overal in de Griekse wereld vereerd en speelt ook in de tragedie (o.a. Euripides’ Herakles) en de comedie een grote rol. In de kunst is hij ontelbare malen (ook op vazen) voorgesteld. Het bekendste beeld van hem is de Herakles Famese te Napels (z Hercules).

PROF. DR D. COHEN

Lit.: L. R. Farnell, Greek Hero Cults (Oxford 1921), blz. 95 vlgg.; B. Schweitzer, Herakles (Tübingen 1922).