Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

GEZIN

betekenis & definitie

Het gezin, de groep van man, vrouw en kinderen, vormt de meest natuurlijke en meest hechte groepsgemeenschap. Over het algemeen blijkt ook bij primitieve volken reeds het monogame gezin regel te zijn (geweest).

Het hangt van verschillende omstandigheden, vooral van sociale verhoudingen, maar ook van religieuze overtuigingen (voorvader-cultus) af, of de familie, als groep van meer, door gemeenschappelijke afstamming samenhorende gezinnen (zoals in de Romeinsrechtelijke familia) dan wel het enkele gezin, de belangrijkste sociale eenheid is.De gemeenschap van het gezin is geworteld in de meest natuurlijke verhoudingen: de sexuele verhouding tussen man en vrouw en de verhouding van verzorging en opvoeding van de ouders tegenover de kinderen, hetgeen leidt tot de verzorging van vitale belangen door de samenwerking in het gezin. Op deze natuurlijke en maatschappelijke grondslagen is het gezin gegroeid als een gemeenschap met een innerlijk verbonden zijn, met bijzondere gevoelswaarde, waar de behoefte aan gemeenschap haar diepste vervulling kan vinden. De eerste ontwikkeling tot persoonlijkheid en de opvoeding voor de samenleving geschieden in het gezin, waar de geldende maatstaven, overtuigingen, gewoonten, van het eerste levensjaar af het kind worden bijgebracht. Op grond van de aangeboren aanleg wordt hier van het levensbegin af het karakter van het kind gevormd — of bedorven.

Persoonlijkheid en voorbeeld van de ouders zijn daarbij van beslissende betekenis. Het gezin vervult zo een uiterst belangrijke sociale functie. Het is — of was — de kerngroep van waaruit de samenleving wordt opgebouwd en, vooral ten opzichte van morele waarden, in stand gehouden.

Het gezin ondergaat uiteraard de invloeden van de cultuur en de maatschappij waartoe het behoort, in welke het zijn sociale functie vervult. Deze invloeden kunnen de gezinsbanden versterken, zoals bijv. daar waar het gehele gezin bij de vervulling van de arbeid betrokken is (zoals vroeger vaak bij het ambacht en thans nog op het platteland) ; en vooral wanneer traditie en godsdienst en de eerbied voor vaste instellingen nog maatschappelijke krachten zijn. Dit is thans in sterke mate verdwenen. De arbeid in fabrieken en kantoren trekt het gezinsleven uiteen; allerlei functies die vroeger het gezin verrichtte, geschieden door speciale ondernemingen en instellingen.

De maatschappij biedt een overvloed van sensatie en vermaak, die afleiding buitenshuis doet zoeken. Woningnood oefent een zeer noodlottige invloed uit. Grote gezinnen worden, in een reeds overbevolkte samenleving, steeds minder mogelijk. Een individualistische mentaliteit heeft het bewustzijn van gebondenheid aan de objectieve werkelijkheid van een gemeenschap, de bindende macht van natuurlijk gegroeide verhoudingen, ondermijnd en het subjectieve element versterkt; hetgeen tot uiting komt in een sterker gevoel van individuele vrijheid, in een grotere gevoeligheid voor individueel geluk, voor de betekenis der erotiek, in een mindere bereidheid om met conventie, met vormen en bindingen genoegen te nemen, wanneer men deze niet meer als vervulling en als zinvol ervaart.

Daarbij komt de emancipatie der vrouw, die haar tot gelijkwaardige van de man en tot gelijke maatschappelijke vrijheid bracht. En een emancipatie der kinderen, die een veel groter zelfstandigheid en vrijheid hebben dan vroeger.

De voornaamste grond van het onzeker worden van het gezin als vaste instelling, van de kwantitatief en kwalitatief voortschrijdende verzwakking van de gezinsband, zal gelegen zijn in de (met de gehele maatschappelijke ontwikkeling samenhangende) verzwakking van het bewustzijn dat er absolute waarden en daarmede absolute verplichtingen zijn in het leven; wat samenhangt met, of voortkomt uit de verzwakking of verval van het godsdienstig bewustzijn.

Het toenemend aantal echtscheidingen is een der meest opvallende symptomen van deze ontwikkeling. De vermindering van de opvoedende functie en van de morele invloed van het gezin op de kinderen, het verzwakken van de gezinsgemeenschap, is waarschijnlijk een meer algemeen en een nog ernstiger verschijnsel.

Dat het gezin als meest intense en gevoelige gemeenschap, met een zo belangrijke sociale functie, evenals de gehele samenleving, een tijdperk van overgang doormaakt en de crisis weerspiegelt waarin deze verkeert, is een natuurlijk verschijnsel. In een gewijzigde maatschappelijke, economische, culturele situatie zal het gezin niet meer zijn wat het vroeger was. Maar het gezin waarin kinderen geboren en opgevoed worden en opgroeien blijft de natuurlijke grondslag en de natuurlijke band in het leven. Zou het deze functie verliezen, dan zouden onze cultuur en samenleving haar tot nu toe belangrijkste sociale grondslag verloren hebben.

De natuurlijke functie van het gezin maakt dit uiterst onwaarschijnlijk. Waarschijnlijker is, dat deze natuurlijke functie in een veranderde samenleving ten slotte haar maatschappelijke vormen zal vinden en met deze het gezin een nieuwe stabiliteit.

Het is merkwaardig, dat het woord gezin een typisch Nederlands begrip is, waarvoor de andere moderne talen geen aequivalent hebben: het woord familie duidt daar zowel het gezin als de grotere familie aan. Hetgeen wijst op de bijzondere betekenis die het gezin in de samenleving van ons volk heeft of had.

MR J. BIERENS DE HAAN

Lit.: Art Family in Ene. of the social Sciences VI (1931); art. Familie in Handw.buch der Sociologie (1931), beide met uitvoerige lit.opg. Voor verdere lit. zie opg. in Sociologisch Jaarb.