Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

GEWICHT

betekenis & definitie

(1, natuurkunde) of zwaarte van een voorwerp is de kracht, waarmee het door de aarde wordt aangetrokken. Deze kracht uit zich dynamisch, wanneer zij het voorwerp doet vallen, of statisch doordat de onderlaag, waarop het voorwerp rust, wordt ingedrukt.

Als eenheid van gewicht neemt men de kracht, waarmee een te Parijs bewaard standaard-gewicht (ongeveer even zwaar als 1 dm3 water) door de aarde wordt aangetrokken op een plaats, waar de versnelling van de zwaartekracht 9,80665 m sec3 bedraagt. Dit is ongeveer op 45° breedte; in Nederland is de waarde van deze versnelling g op 52° breedte 9,812 m/sec3 en in die verhouding weegt een kilogramgewicht hier dus meer dan het „internationale standaard-kilogram”. Wat wel constant is over de hele aarde, is de trage massa van genoemd standaard-kilogram. Noemen we deze massa kg, dan moet het gewicht door een ander symbool worden weergegeven, waarvoor kgx of kgg gebruikt wordt.

Vaak echter vindt men wat slordig het kilogramgewicht, evenals de massa kilogram genoemd en voorgesteld door kg, maar dit is niet aan te bevelen. Wanneer het gaat over hoeveelheden stof, zoals bij kopen, dan kan men natuurlijk gerust kg zeggen, daar het hierbij juist om de massa gaat. Numeriek heeft men: kgx = g kg en, als het internationaal bedoeld is, moet hierin voor g de waarde 9,80665 m/sec2 genomen worden. In Duitsland is kp de schrijfwijze voor kgx, dat wordt uitgesproken als kilopondus en zo is alle verwarring uitgesloten.

In Nederland, waar dit verkeerde associaties met pond zou wekken, is de naam kilogramgewicht met afkorting kgg of kgx het meest aan te bevelen en in deze encyclopaedie bij voorkeur gebruikt (z verder zwaartekracht en eenhedenstelsels).

Onder soortelijk gewicht, beter soortelijke massa genoemd, verstaat men de massa van de volume-eenheid. Voor water bij 4 gr. C. is deze grootheid 0,99997 g/cm3 of 999,97 kg/m3, voor de zwaarste stof osmium ca 23 maal zo groot, voor lucht ca 1000 maal kleiner, nl. bij 0 gr. C. en 76 cm kwikdruk 0,0013 g/cm8 =1,3 kg/m3.

Soms vat men de verhouding, waarin de soortelijke massa groter is dan die van water van 4 gr. C., als onbenoemd getal op en noemt deze de dichtheid. Voor kwik van 0 gr. C. bedraagt de soortelijke massa 13,5951 g/cm3 en dus bovengenoemde dichtheid 13,5951/ /0,99997 = 13,5955.

Soms echter wordt ook met dichtheid het eerste getal (13,5951) bedoeld. Het kleine verschil kan in practijk bijna steeds verwaarloosd worden.

PROF. DR J. A. PRINS.

(2, wiskunde), komt voor in verschillende betekenissen:

1. het gewicht van een symmetrische functie van de wortels van een hogere machtsvergelijking, dat is de graad van die functie in alle wortels te zamen (z eliminante en exces) en
2. het gewicht van een relatieve projectieve invariant, dat is de exponent van de macht van de transformatie-determinant, waarmede deze bij de transformatie vermenigvuldigd wordt (z invariantentheorie).