Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

GENS

betekenis & definitie

(Latijn, geslacht) betekende in het oude Rome een groep families, verenigd door een gemeenschappelijke naam (nomen gentilicium) en het geloof in een gemeenschappelijke voorvader. Oorspronkelijk waren er alleen patricische gentes, later organiseerden ook de aanzienlijkste plebeïsche families zich naar het model van de patricische gentes.

Zij waren verdeeld in families, die de naam der gentes voerden, met een ,,er bij gevoegde” familienaam (cognomen). Zo onderscheidde men in de gens Cornelia de families der Scipiones, Lentuli enz. In de naam Publius Cornelius Scipio is dus de eerste naam: vóórnaam (praenomen), de tweede naam die der gens, de laatste familienaam (cognomen). Zij, die tot een gens behoorden (gentiles), hadden gemeenschappelijke rechten (ius gentilicium) hoofdzakelijk bestaande uit: gemeenschappelijke godsdienstige plechtigheden (sacra), gemeenschappelijke begraafplaatsen (met soms bijzondere begrafenisgebruiken voor een gens) en erfrecht, dat vooral berustte op de plicht om de sacra in stand te houden en dat werd toegepast, als iemand zonder testament en zonder agnatische erfgenamen stierf.

Cliënten en dienaren van de gentiles hadden deel in de sacra der gens. Men onderscheidde de gentes maiores en minores; de laatste waren later toegevoegd. Voor het staatkundig leven had de gens geen officiële betekenis. Wel echter streefde elke gens naar het verkrijgen van macht in de staat voor haar leden.Lit.: Mommsen, Römisches Staatsrecht, dl III, blz. 9 w.; V. Arangio-Ruiz, Les Gentes et la Cité (1913) in: Recueil Lambert, dl I, blz. 146-162; B. Kübler in Pauly-Wissowa, Real-Enzycl. d. klass. Altertumswiss., dl VI, blz. 1176 vv.