Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

GEHOORZAAMHEID

betekenis & definitie

(paedagogisch).Het verschijnsel der gehoorzaamheid, voor zover het zich voltrekt in de paedagogische relatie tussen volwassene en kind, is in de kern van zijn wezen een fijn gedifferentieerde, daarbij zeer bepaalde reactie in hun onderling menselijk contact en hierdoor principieel onderscheiden van ogenschijnlijk gelijkwaardige, doch bedrieglijke nevenverschijnselen. Het kind, dat zich voegt naar de eis van de volwassene, is alleen „gehoorzaam”, voor zover deze levensreactie mede de vrucht is van zijn innerlijk verstaan.

Bij gehoorzaamheid is dat verstaan, dat mentaal contact dus, vóór-ondersteld, waarbij het kind een beleving ervaart, die hem spontaan-vertrouwend zich willig onderwerpen doet aan een meerderheid, die hij, hetzij bewust, hetzij onbewust, ondergaat en accepteert. Alleen in een sfeer, waar dit gezag ervaren wordt, is gehoorzaamheid mogelijk.

Daarenboven is ten aanzien van de eis, die de volwassene stelt, een inzichtig, categorisch verstaan van deze eis noodzakelijk. Het kind moet begrijpen, waar het essentieel om gaat. Zonder dit inzicht is geen gehoorzaamheid mogelijk.

Zo gaat het in de gehoorzaamheid om een tweeledig verstaan:

1. Om het positief contact in een zeker intuïtief verstaan van de persoon van de volwassene, die eist,
2. om een essentieel aanvoelen van de eis, die de volwassene stelt.

Waar dit positief contact, de sfeer van gezag en vertrouwen dus, ontbreekt, kan hoogstens sprake zijn van onderworpenheid aan enige autoriteit.

Waar de eis niet essentieel wordt aangevoeld, waar dus geen inzicht bestaat, vervloeit de adequate reactie der gehoorzaamheid tot een incidentele volgzaamheid als vrucht van een momentele stimulans.

Gehoorzaamheid is dus een sociale reactie, waarin het kind spontaan-positief en met inzicht reageert op de eis van een gezagsdrager. Deze reactie is uiteraard aan leeftijdsgrenzen gebonden. Professor Langeveld zet in zijn Beknopte theoretische paedagogiek uiteen, hoe eerst bij het ca driejarige kind van deze werkelijke gehoorzaamheid sprake kan zijn.

G. M. THOENES

Lit. J. H. Gunning Wzn, Gehoorzaamheid, Tucht en Vrijheid, in: Keur uit de werken (1940); J.

Hoogveld, Keur uit de werken (1942); Ph. Kohnstamm, Persoonlijkheid in wording (1929); M. J. Langeveld, Beknopte theoretische paedagogiek (19493); Theod.

Litt, Führen oder wachsen lassen (19303); H. Meng, Zwang und Freiheit in der Erziehung (1945); B. M. Hutchins, Education for freedom (1947).