Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

FAMILIE

betekenis & definitie

is in biologische zin een groep individuen, tussen wie een vrij nauwe verwantschap bestaat. Bij de mens denken wij hier in de eerste plaats aan bloedverwantschap, doch in meer uitgebreide zin omvat de familie ook personen, tussen wie slechts aanverwantschap of zwagerschap bestaat.

Het sociologisch begrip „familie” valt niet samen met het biologische. Men kan biologisch verwant zijn maar sociologisch niet tot de familie gerekend worden en omgekeerd. Het eerste kan zich bijv. voordoen bij het buitenechtelijk geboren kind, het tweede daar, waar adoptie bestaat. Het sociologisch begrip familie vooronderstelt dus het bestaan van huwelijken, dat zijn door de gemeenschap erkende samenlevingsvormen tussen man en vrouw. De kern van de familie is het gezin. Bij zeer veel volken is de familie van groter betekenis dan het gezin, omdat door de vorm van samenleving de gezinsindividualiteit niet tot haar recht kan komen. Het behoren tot een bepaalde familie is voor een individu sociaal, economisch en ook religieus van betekenis. De stand waartoe men behoort wordt bepaald door de stand der ouders; iemands erfrechten of gebruiksrechten op de grond vloeien voort uit het behoren tot een bepaalde familie; het hoofd van de familie of van het gezin vertegenwoordigt de zijnen niet enkel in profane, maar ook in religieuze aangelegenheden, en treedt dan als een soort priester op.

Aanvankelijk vormde de familie (de patriarchale familie met de pater familias aan het hoofd) zowel een productieve als een consumptieve eenheid, met een vrij zelfstandig bestaan. In de agrarische gebieden is deze toestand het laatst doorbroken. In West-Europa zijn onder invloed van de voortschrijdende arbeidsverdeling, met de opkomst van het kapitalistische stelsel structuur en functie van de familie zeer veranderd, waardoor het gezin vnl. een consumptieve sociale eenheid werd. De mede hierdoor veranderde sociale positie van de vrouw had tot gevolg, dat ook haar taak en functie in het gezin een verandering ondergingen. In de moderne samenleving van West-Europa en Amerika leidt de maatschappelijke ontwikkeling er toe, dat veelal leden van het gezin hun eigen taak en functie in de maatschappelijke voortbrenging hebben, hetgeen de zelfstandigheid der leden ten opzichte van het gezinsverband sterk ten nadele van het laatste heeft beïnvloed.

Over de oervorm van de menselijke familie valt weinig met zekerheid te zeggen. Er is echter alle reden te vermoeden dat zij toen tweezijdig was, wat wil zeggen, dat het kind zowel tot de familie van zijn vader als tot die van zijn moeder gerekend werd. De eenzijdige familiale organisatie (z clan) is van later datum. Bij de Irokezen, Minangkabau’s, Baluba e.a. behoren de kinderen tot de familie van de moeder (matriarchaat*), terwijl bij andere volken als de Bataks, de Toda’s, de Masai e.a. de kinderen tot de familie van de vader gerekend worden (patriarchaat'*). Men draagt bij zulk een eenzijdige verwantschap de naam van de familie van een der ouders, heeft het totem van een hunner tot totem, volgt de taboes kenmerkend voor een der beide families, erft hetzij alleen van moeders, hetzij alleen van vaders kant. Bij een matriarchaal volk zal de vorst niet door zijn zoon, maar door een zoon van zijn zuster worden opgevolgd. Waar matriarchaat is, is de vadersfamilie niet geheel zonder betekenis, maar zij speelt een veel geringere rol, terwijl in het patriarchaat het omgekeerde het geval is.

De familie en het gezin zijn voor de cultuur van de grootste betekenis, omdat hier het kind het belangrijkste deel van zijn opvoeding ontvangt. Een krachtig familiebesef is een symptoom van een gezonde cultuur.

Met de sociologie van Pierre Frédéric Le Play (1806-1882) en zijn school kwam het gezin in het middelpunt der wetenschappelijke belangstelling. Hij verwachtte nl. door bestudering van deze eenvoudigste maatschappelijke eenheid inzicht in de meer gecompliceerde sociale verhoudingen.

Lit.: R. H. Lowie, Primitive Society (1947); B. Malinowsky, Kinship (Man 30; 1930); W. Schmidt en W. Koppers, Völker und Kuituren dl I (1924); E. Westermarck, The History of Human Marriage (1891); J. K. Folsom, The Family (1934); R. König, Materialien zur Soziologie der Familie (1946); C. G. Zimmerman, Family and Civilisation (1947); M. F. Nimkoff, Marriage and the Family (1947) ; G. L. Duprat, Le lien familial. Causes sociales de son relâchement (1924).