Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

FABIUS

betekenis & definitie

naam van een aanzienlijk patricisch geslacht in het oude Rome. Volgens de overlevering zou het afstammen van Herakles en een dochter van Euander.

Tijdens de Republiek behoorde de gens Fabia tot de invloedrijkste Romeinse geslachten. Van 485-479 v. Chr. bekleedde steeds een Fabius het ambt van consul en in de oorlog tegen Veji (479) trokken 306 Fabii tegen de vijand op. Na aanvankelijk succes lieten zij in 477 zich bij de Cremera in een hinderlaag lokken en werden volgens de overlevering allen gedood. Alleen Q,. Fabius Vibulanus, die te jong was om mee te gaan, zou gespaard zijn gebleven. Van hem leidden de latere Fabii hun geslacht af.Quintus Fabius Maximus Rullianus onderscheidde zich door krijgsbedrijven tegen Etruriërs en Samnieten. In 325 v. Chr. was hij magister equitum (aanvoerder van de ruiterij) onder de dictator L. Papirius Cursor. Daar hij in strijd met diens bevelen slag geleverd had met de Samnieten, werd hij, hoewel hij de overwinning behaald had, door de dictator ter dood veroordeeld en verkreeg pas door de smeekbeden van zijn vader en het gehele volk ten slotte genade; maar de overlevering is hier wellicht enigszins gekleurd onder invloed van het gelijksoortige latere conflict tussen Fabius Cunctator en Minucius Rufus. In 322 behaalde hij als consul een overwinning op Samnieten en Apuliërs, maar in 315 leed hij als dictator tegen de Samnieten een nederlaag bij Lautulae. Gedurende zijn tweede consulaat (310) versloeg hij de Etruriërs, die Sutrium belegerden, en overwon hen later nogmaals bij Perusia. Tijdens zijn derde consulaat (308) maakte hij een eind aan de oorlog met de Etruriërs. In 295 voor de vijfde maal consul, behaalde hij, dank zij de opoffering van zijn ambtgenoot P. Decius Mus, een beslissende overwinning bij Sentinum op de verbonden Samnieten, Kelten en Etruriërs. Ook in de binnenlandse politiek speelde Fabius een rol; tijdens zijn censuur in 304 bepaalde hij, dat de burgers zonder grondbezit, die door Appius Claudius in alle tribus waren opgenomen, slechts in de 4 stadstribus konden komen, waardoor hun invloed geringer werd en het agrarisch overwicht althans in de tributim stemmende volksvergaderingen werd hersteld.

Quintus Fabius Maximus Verrucosus Cunctator, een van de meest beroemde leden van zijn geslacht, werd 5 maal tot consul en 2 maal tot dictator gekozen en was van 209-203 princeps Senatus (de eerste man, niet voorzitter, van de Senaat). Reeds gedurende zijn eerste consulaat (233) overwon hij de Liguriërs. In 230 werd hij censor en 2 jaar later opnieuw consul. Na de vreselijke nederlaag, de Romeinen bij het Trasumeense meer (217) in de 2de Punische oorlog door Hannibal toegebracht, werd hij voor de tweede maal tot dictator gekozen. Gedurende zijn veldtocht ontwikkelde hij zijn beroemde tactiek om de vijand op de voet te volgen, maar een slag te vermijden, vandaar zijn bijnaam Cunctator (de Draler). Te Rome was men misnoegd over deze werkeloosheid en, daar M. Minucius Rufus, zijn magister equitum, gedurende zijn afwezigheid zich tegen Fabius' bevel tot gevechten had laten overhalen en daarbij enige voordelen behaald had, werd aan beiden hetzelfde gezag toegekend. Nadat nu op Minucius’ wens het leger tussen hem en Fabius was verdeeld, liet Minucius zich weldra verlokken tot een veldslag, waarin hij een geweldige nederlaag zou geleden hebben, indien Fabius hem niet was bijgesprongen. Minucius erkende nu weer Fabius’ gezag. Toen de tijding van de nederlaag bij Cannae tot Rome doordrong, nam Fabius maatregelen om de stad tegen een aanval te beveiligen, en te midden van de ongunstige omstandigheden in 215 en 214 was hij consul. In 209 voor de vijfde maal consul, heroverde hij Tarente, waarbij hij grote hardheid toonde. Na die tijd deed hij zijn invloed vooral in de Senaat gelden. Daar verzette hij zich tegen de plannen van Scipio om de oorlog naar Afrika over te brengen, doch vruchteloos. Hij overleed in 203.

Lit.: Friedrich Münzer, Römische Adelsparteien und Adelsfamilien (1920); artt. bij elke naam in Pauly-Wissowa, Realencycl. d. klass. Altertumswiss., dl VI; The Oxford Classical Dictionary (1949), 354.