Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

EMMEN

betekenis & definitie

gemeente in de provincie Drente, van het Sleenerdiep in het W. tot de Westduitse grens, beslaat een oppervlakte van 29 108 ha en telt (1949) 55 548 inw., v.w. (1930) 49.64 pct Ned. Herv., 13.38 pct Geref., 16.95 pct R.K. en 14.73 pct zonder kerkelijke gezindte.

De gemeente wordt gewoonlijk in 10 wijken (met in totaal 26 dorpen) verdeeld. Een van deze omvat de esdorpen Emmen, Noord-Barge, Zuid-Barge, Westenes en Weerdinge en bestaat uit de zandgronden van het Zuideinde van de Hondsrug en de moerasveengronden langs de Sleenerstroom en Oudeen Nieuwe Delft. Het overgrote deel van de gemeente wordt echter ingenomen door de dalgronden (zand) van het afgegraven hoogveen, hier en daar afgewisseld met kleine stukken hoogveen. Dit veenkoloniale deel van de gemeente omvat de volgende wijken, met elk één of meer streekdorpen gelegen aan het Compascumerkanaal, het Scholtenskanaal, en andere veenkanalen: NieuwWeerdinge (5095 inw), Roswinkel (2380 inw.), Emmer-Compascuum (8922 inw.), Barger-Compascuum (2806) inw.), Nieuw-Dordrecht (3281 inw.), Nieuw-Amsterdam (4373 inw.), Erica (4050 inw.), Klazinaveen (6959 inw.) en Zwartemeer (3412 inw.). Turfgraverij is nog een van de belangrijkste bestaansmiddelen, echter in afnemende mate, de belangrijkste veencomplexen liggen in het zuidelijk deel van de gemeente. Daarnaast worden landen tuinbouw beoefend, terwijl de industrie zich voortdurend uitbreidt. In totaal zijn er (1949) 36 industriële bedrijven, waarin ruim 2300 arbeidskrachten werkzaam zijn. Hieronder zijn grote filiaalbedrijven van belangrijke Nederlandse fabrieken (kunstzijde, textiel, confectie, metaalgieterij, electrotechnische industrie), daarnaast industrie o.m. van betonwaren, houtbewerking, metaalwaren en voedingsmiddelen. De meeste van deze bedrijven zijn gevestigd in Emmen, Emmer-Compascuum, Klazinaveen en Nieuw-Weerdinge.

Het dorp Emmen ligt aan de spoorlijn Emmen-Coevorden-Zwolle (een zijlijntje daarvan verbindt Nieuw-Amsterdam met het petroleumveld van Schoonebeek). De uit 1855 daterende Ned. Herv. Kerk bevat moderne muurschilderingen, verder bestaan te Emmen een rijkslandbouwwinterschool, een Christelijk lyceum, een in 1935 geopende oudheidkamer „De Hondsrug” en een dierenpark. Het dorp, hetwelk zich als streekcentrum steeds meer ontwikkelt, trekt o.m. door zijn natuurschoonrijke omgeving (de Emmer dennen, een wandelbos van 103 ha) veel vreemdelingen.

Geschiedenis

De gemeente was reeds in voor-historische tijd bewoond. Daarvan getuigen thans nog een vijftal hunebedden (vooral bekend is het hunebed in de Schimmer Es, het enig bekende voorbeeld in Nederland van een zgn. langgraf), verder verschillende urnenvelden en grafheuvels. De naam komt het eerst voor in 1139 als Emne, later ook als Empne (volgens sommigen afgeleid van de mansnaam Emne, doch waarschijnlijker betekent de naam „vlakte” of „laag land”, vgl. Duits „Ebene”). In de 19de eeuw veranderde het van een zuiver agrarische gemeente in een, waarin het veen de voornaamste bron van inkomsten werd. De grote vraag naar turf, vooral in Wereldoorlog I, gaf hoge lonen en lokte zeer velen naar de veenderij. De crisis ca 1930 bracht echter enorme werkloosheid met zich mede; meer dan de helft van de veenarbeiders werd op steun aangewezen. In die tijd kwamen ook zeer ongunstige woningtoestanden aan het licht. In de laatste jaren is men er zich van bewust geworden, dat de turfgraverij ten gevolge van het geleidelijk uitgeput raken van het veen en de moeilijke concurrentie van turf t.o.v. steenkolen als brandstof, in de naaste toekomst als bestaansbron zal opdrogen en dat vooral naar de industrie zal moeten worden omgeschakeld.

Lit.: A. W. v. Holthe tot Echten, De gemeente E. (Assen 1862); H. de Groot, De kerkschilderingen te E., in: Nieuwe Drentsche Volksalm. XL (1922); H. T. Buiskool, Emmen (Emmen 1923); J. Visscher, Das Hochmoor von Südost-Drente (1931); In en om de gemeente E. (1932); H. T. Buiskool, Ecclesia Emmensis (Assen 1933); Noodlijdende gebieden in Nederland: de Z.O. hoek v. Drenthe. Rapport S.D.A.P. (1939); J. Visscher, Emmen en Z.O. Drenthe (1940); Rapport over de toekomstige econ. ontwikkeling v. d. gem. E. uitgebr. door de Noordelijke econ.technol. organisatie voor Drenthe en Groningen (1941); H. T. Buiskool, Historisch E., in: Historia X (1944), 146; W. de Vries, Drentse plaatsnamen (1948).