Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

Elisabeth ZERNIKE

betekenis & definitie

Nederlands schrijfster (Amsterdam 8 Juli 1891), dochter van de onderwijsspecialist Carl Friedrich August Zernike en zuster van de volgende, heeft in teruggetrokken bescheidenheid een respectabel oeuvre opgebouwd, romans en verhalen die uitmunten door een fijnzinnige psychologie en een treffende mengeling van weemoed en ironie. Haar sfeer scheppend vermogen spreekt ook uit haar, met een voorname gevoelsbeheersing geschreven lyrische verzen, gebundeld in Dralend afscheid (1950).

In 1921 ontving de schrijfster de C. W. van der Hoogtprijs voor haar roman Het schamele deel (1919).Bibl.: Een vrouw als zij (1920); Kinderspel (1921); Het goede huis (1923); Zondebok (1924); De overgave (1925); Een sprookje (1927); Herman Robbers als romanschrijver (1928); Het eerste licht (1928); De loop der dingen (1929); De gereede glimlach (1930); David Drenth (1931); Het buurmeisje (1934); Vriendschappen (1935); Het leven zonder einde (1936); De oudste zoon (1937), Morgen weer licht (1938); Bruidstijd (1940); De schaatsentocht (1942); De gast (1947); De erfenis (1950); Bevrijding uit de jeugd (195O; De roep (1953).

Lit.: Dirk Coster in: Verzameld Proza, II (1927).

< >