Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

EFFECT

betekenis & definitie

is volgens Molengraaff een „ter beurze verhandelbaar fonds” (Leidraad bij de beoef. v. h. Ned. handelsrecht, I, 8ste dr., blz. 466).

Het woord komt voor in verschillende belastingwetten, doch het begrip wordt hierin niet steeds op gelijke wijze omschreven. Het wordt ook gebezigd in het B W. (artt. 195, 205, 214, 428, 433, 442, 447, 449, 484, 521, 567 en 1201), in het W.v.K. (artt. 70 en 96) en de F.W. (artt. 92, 102 en 103); evenals in de wet van 27 Mrt 1936, Stbl. no 201, op de daarin bedoelde consignatiekas; doch een omschrijving er van geven deze wetten niet, zodat voor de bepaling van het begrip in de zin hiervan te rade moet worden gegaan met het gangbare spraakgebruik, dat niet in allen dele even vast is.Dit leidt De Kat (Effectenbeheer, 3de dr., blz. 290-292) er toe in elk geval als effecten te beschouwen alle stukken, die voorkomen in de prijscourant van de „Vereeniging voor den Effectenhandel” te Amsterdam, zonder nochtans ze hiertoe te beperken; in het algemeen verstaat hij er onder „alle aandelen, winstbewijzen, schuldbrieven (obligaties en pandbrieven) en certificaten (van aandelen of van schuldbrieven) in hun verschillende schakeringen, als ook de voorlopig voor die stukken uitgegeven papieren (recepissen)”.

PROF. MR R. P. CLEVERINGA

Lit.: Molengraaff t.b.a.p. (op dit punt bewerkt door Zevenbergen), blz. 466-484; De Kat t.b.a.p., blz. 290-869; J. J. Polderman, Effecten en effectenhandel (1935); H. B. van Riesen, Vruchtgebruik van effecten (Prf. Leiden 1923); A. G. Fennema, Eigendomsbescherming van toondereffecten (Prf.Amsterdam 1929); H. U. Wertheim, De eigendom van effecten aan toonder in den boedel van den faillieten commissionair (Prf. Amsterdam 1935).