Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

ECHTHEID

betekenis & definitie

(van kleurstoffen) noemt men de mate van bestendigheid van kleurstofuitvervingen (op textiel, papier, enz.) t.o.v. zeer verschillende invloeden als licht, warmte, zeepsop, zweet, chloor, enz. De beoordeling hiervan geschiedt op een nauwkeurig omschreven wijze, welke berust op een vergelijking met een zorgvuldig uitgezochte reeks standaarduitvervingen (voor de verschillende landen verschillend).



Lichtechtheid
: De te onderzoeken uitvervingen worden te zamen belicht met een achttal standaarduitvervingen (typen) op wol (zgn. blauwe reeks) en het verschieten na verschillende tijden onderling vergeleken. De beoordeling wordt vastgelegd door het toekennen van een cijfer (1-8) in overeenstemming met de nummering der typen, waarbij door 1 de geringste, door 8 de hoogste lichtechtheid wordt aangegeven. Terwijl de typen steeds op wol worden uitgeverfd, is de te onderzoeken uitverving niet aan dit materiaal gebonden. De overige echtheden (was-, water-, potting-, alkali-, kook-, walk-, bleek-, zwavel-, chloor-, zuur-, aviveer-, zuurkook-, strijk-, wrijf-, zweet-, dekatuur-, merceriseer-, superoxyd-, zeewater-echtheid) worden vastgesteld door nauwkeurig omschreven vergelijking met 3 standaarduitvervingen op hetzelfde materiaal als de te onderzoeken proeven en in vijf cijfers aangegeven.

In alle kleurstofklassen vindt men zeer echte producten. Anthraceen- en phtalocyanin-kleurstoffen gaan wel aan de spits. Triphenylmethaankleurstoffen hebben daarentegen de synthetische organische kleurstoffen een slechte naam gegeven.

DR IR J. S. PETRUS BLUMBERGER

Lit.: Schulz-Lehmann, Farbstoff-Tabellen Erg. B. II 1939 blz. 1; Melliand Textilberichte 1935, nr 10 (I.G.; Ciba, Geigy, Sandoz.); Report of the Society of Dyers and Colourists on the work of its Fastness Committee in fixing Standards for Light, Perspiration and Washing (1934); Textiles-Testing and Reporting (IV ed.); Commercial Standard CS 59-44 (20-2-1944), U.S. Department of Commerce v/h Nat. Bureau of Standards; Zwitserse Normaalbladen van de Schweizer. Verb. für die Materialprüfungen der Technik, S.V.M.T. 25 A 2501, 2521, 2511, 2540 (1948); H. Ris, Textil-Rundschau 3 309 (1948); J. Weibel, ibid. 3 309 (1948).

Echtheid (bestendigheid, vastheid) tegen bepaalde chemische en fysische invloeden is ook van belang voor de verfstoffen, welke ter vervaardiging van verven en lakken worden gebruikt.

a. Lichtechtheid: aangezien er in de verfindustrie de meest verschillende pigmenten worden toegepast, is er een algemeen schema zoals in de textielindustrie niet mogelijk. Vooral anorganische pigmenten (Chromaatgeel, Berlijns Blauw, IJzeroxyd-rood enz.) vertonen eigenschappen, die de indeling in een vast systeem belemmeren. Sommige dezer verfstoffen worden door het licht donkerder, waartegenover organische kleurstoffen verbleken. Ook het bindmiddel (olie, kunsthars, enz.) wordt dikwijls door het licht beïnvloed (vergeling).
b. Kalkechtheid: deze eigenschap is van betekenis voor verven, die kalk als bindmiddel bevatten of op kalk worden opgebracht. Sommige verfstoffen worden door kalk of andere alkalische verbindingen sterk aangetast, zoals bijv. de Chromaatverfstoffen.
c. Waterechtheid: in de verfindustrie worden bijna uitsluitend watervaste verfstoffen gebruikt.
d. Olie-echtheid: plantaardige oliën (lijnolie, Chinese houtolie, gedehydreerde ricinusolie, enz.) worden in grote mate als verfbindmiddelen gebruikt. Olievastheid is derhalve voor de hier toegepaste verfstoffen van betekenis.
e. Hitte-echtheid: belangrijk voor verven die aan hoge temperaturen blootstaan en voor moffellakken, welke onder verwarming gedroogd worden. Slechts een beperkt getal verfstoffen komt hiervoor in aanmerking. Sommige pigmenten veranderen bij verhitting van kleur.

DR W. B. MAASS

Lit.: Erica Stock, Taschenb. f. d. Farben- u. Lackindustrie (Stuttgart 1940).