Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

Druk

betekenis & definitie

of boekkunst. Met de herleving van de kunstnijverheid omstreeks het begin van de 20ste eeuw, begon zich ook voor het boek, als samengesteld voorwerp van ambachtelijke kunst, een nieuwe belangstelling en liefde te ontwikkelen.

Wijdden voorlopers als A. J. Der Kinderen, G. W. Dijsselhof, Lion Cachet, R. N. Roland Holst, Van Hoytema e.a. zich vnl. aan de versiering of illustratie, het nieuwe boek ontstond eigenlijk eerst, toen ook de typografie in de vernieuwing werd betrokken, en de letter in het middelpunt van die aandacht kwam te staan. Aanvankelijk kwamen enkele goede letters in Nederland (Grasset van Deberny & Peignot, Parijs); enkele goede Duitse typen (onder meer Nordische Antiqua) en uit Amerika de Cheltenham, en Kloosterschrift. Nederland bleef niet achter. Van de lettergieterij „Amsterdam” kwam de Hollandse mediaeval van S. H. de Roos in 1912. Dit alles was een gevolg van de beweging, welke in Engeland is ontstaan op het eind der 19de eeuw, toen een aantal met idealisme bezielde mannen het uiterlijk van het boek, dat van alle stijl was ontbloot, wenste te vernieuwen. Van dit streven ging geleidelijk een invloed uit, welke in Europa en ook in Amerika merkbaar was. Overal ontstonden eigen persen en Nederland bleef in dat opzicht niet achter bij het buitenland. Voor het goed gecomponeerde en gedrukte boek heeft de uitgeverij Ipenbuur en Van Seldam, onder leiding van de directeur B. Modderman goed werk gedaan. Belangstelling bij de drukkers werd gewekt door de Drukkersjaarboeken (1906 het eerste). Het werk van De Roos moet in het bijzonder genoemd worden. In 1909 richtten de dichters J. Greshoff, P. N. van Eyck en J. C. Bloem de eerste Nederlandse eigen pers, de Zilverdistel op, later voortgezet door mr J. F. van Royen als Kunera-pers; De Roos stichtte in 1928 de Heuvel-pers. J. van Krimpen deed de Palladium-uitgave het licht zien; Charles Nypels en A. A. M. Stols verwierven grote naam als drukkers en boekverzorgers, ook buiten de Nederlandse grenzen: de Vereniging Joan Blaeu. De uitgaven van de Kunerapers en de Heuvel-pers zijn geheel met de hand gezet en op de handpers gedrukt. Uitgevers als Brusse, Van Dishoeck e.a. brachten hun uitgaven op een hoog peil; de firma Enschedé en Zonen te Haarlem heeft een internationale naam als verzorgster van bibliofiele en luxe drukken onder leiding van J. van Krimpen.Ter bevordering van de liefde voor het schone boek is opgericht een Nederlands Verbond van Boekenvrienden (1925-1940), dat enige malen tentoonstellingen organiseerde van de 50 in deze zin beste boeken, gedurende het afgelopen jaar in Nederland verschenen. In 1938 stichtte men de Nederlandse Vereniging voor Druk- en Boekkunst, die reeds enkele fraaie uitgaven het licht deed zien (o.a. een bundel gedichten van P. C. Boutens het laatste drukwerk van de Kunera-pers van mr J. F. van Royen). De stichting-De Roos gaf enkele bijzondere uitgaven. Het uitgeversboek wordt thans, beïnvloed door de boekkunstenaars, met groter zorg door sommige uitgevers behandeld. Als boekverzorger moet H. Friedländer nog genoemd worden. Tijdens de bezetting werd veel illegaal gedrukt. Onder de clandestiene uitgaven merken we het werk op van H. N. Werkman, schilderdrukker te Groningen (gest. 1945).

In België treft men de eerste tekenen van herleving op het einde der 19de eeuw aan in het werk van de Antwerpse drukkersfirma Buschmann. De invloed van Morris is merkbaar bij Henry van de Velde, die jrg I van het tijdschrift Van Nu en Straks ontwierp. Innoverend was het werk van J. de Praetere, die op zijn handpers uitgaven van Streuvels, van de Woestijne en Teirlinck trok. Boeken van Frans-Belgische auteurs (Verhaeren) kwamen met de medewerking der „Vingtisten” (o.a. van Rijsselberghe) tot stand, terwijl M. Elskamp eigen werk op zijn handpers drukte. Na Wereldoorlog I kwam steeds meer verzorgd boekwerk uit. Het in 1925 onder de impuls van H. van de Velde te Brussel opgericht Hoger Instituut voor Sierkunst wijdt een deel van zijn activiteit aan het boek; voor een van zijn uitgaven ontwierp G. Lemmen een nieuwe letter. De Vrienden van het Boek (1933-1940), met Fr. Alofs als secretaris, brachten enkele uitmuntende uitgaven, o.m. Jeugd, door F. V. Toussaint van Boelaere.

Lit.: C. L. van Halsbeke, L’art typograph. dans les Pays-Bas dep. 1892 (Bruxelles 1929); G. H. Pannekoek Jr, De herleving van de Ned. boekdrukkunst sedert 1900 (Maastricht 1925); A. A. M. Stols, Het schone boek (Rotterdam 1935); Halcyon; J. van Krimpen, in: The Fleuron, VII (1930); S. H. de Roos, in: Buchkunst (Leipzig 1931); A. A. M. Stols, Het werk van S. H. de Roos (Amsterdam 1942); J. F. van Royen en P. N. van Eyck, Over Boekkunst en de Zilverdistel (De Zilverdistel 1916); Stanley Morison, First principles of typography (New York 1936).

In Engeland bloeide de boekkunst na 1890. Prachtig werk maakten private presses: „The Kelmscott Press” van William Morris, Ballantyne Press, Vale Press (Charles Ricketts), Doves Press (Cobden Sanderson), Ashendene Press, Golden Cockerell, Eric Gill. In Amerika: The Merrymount Press (D. B. Upkide, Boston) en vele Limited Edition Clubs, die prachtige uitgaven verzorgen, Frankrijk munt uit in fraaie boekillustraties, Duitsland kende de Künstler Presse, Bremer Presse, Insel Verlag en vele kunstenaars, o.w. Rudolf Koch.

Lit.: Buchkunst 1931; Studio 1914, 1938; Stanley Morison, Modern fine Printing (1925); Douglas Mc Murtrie, The Book (1943); M. Audin, Le Livre Français: André Léjard, The Art of the French Book (London 1946). Tijdschriften: De Witte Mier (Nederland); Philobiblon (Oostenrijk); The Colophon (Engeland); The Fleuron (Amerika); Le Bibliophile (Frankrijk); Halcyon (Nederland); Print (Engeland); Alphabeth and Image (Engeland); Graphis (Zwitserland); Arts et métiers graphiques (Frankrijk); Signature (London); Le Portique (Paris).