Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

DOOFHEID

betekenis & definitie

noemt men een gebrekkige toestand van het zintuig van het gehoor. Zij bestaat in alle graden, van lichte „hardhorigheid” af tot „volkomen doofheid (stokdoof)”.

Doofheid kan voorkomen uit een ziekelijke gesteldheid van de gehoorzenuwen of van die gedeelten van de hersenen, waar zij ontspringen: „centrale doofheid”. De storing kan gelegen zijn in de fijne, in het rotsbeen geplaatste gehoortoestellen (doolhof, slakkenhuis), in het middenoor (trommelholte, Eustachiaanse buizen, gehoorbeentjes, trommelvlies) of in de uitwendige gehoorgang: „periphere doofheid”. Die ziekelijke toestand kan berusten op ontsteking, verettering, verstopping, verweking, verharding, verlamming, bloeding, gezwelvorming, enz. Is de doofheid aangeboren, dan volgt altijd doofstomheid, ook als zij op jeugdige leeftijd ontstaat, vóór het spreken goed geleerd is. Bij volwassenen verliest de stem door belangrijke doofheid veel van haar klanken en wordt eentonig.

Volledige doofheid vindt haar oorzaak alleen in een ziekelijke toestand van labyrint, gehoorzenuw of hersenen. Gemengde doofheid (gedeeltelijk centraal en gedeeltelijk peripheer) wordt nogal vaak aangetroffen. Een beroep dat met aanhoudend lawaai gepaard gaat zoals dat van smeden en artilleristen kan hardhorigheid veroorzaken.

Beschadiging van het trommelvlies door herhaalde belangrijke luchtdrukschommelingen, zoals bij vliegers, vergemakkelijkt het ontwikkelen van een vroegtijdige doofheid. Bij op school achterlijke kinderen moet vooral het gehoor onderzocht worden, daar dikwijls een slecht gehoor de verklaring van het achterblijven is.

Volwassenen met ongeneeslijke hardhorigheid moeten het liplezen leren en kunnen het daarin ver brengen. Een kunstmatig gehoortoestel verschaft vele hardhorigen verlichting. Sommigen vormen van doofheid kunnen, in gunstige omstandigheden door een heelkundige behandeling (zie fenestratie) verbeterd worden. Dove kinderen moeten geïndividualiseerd onderwijs ontvangen.

DR F. G. EEMAN