Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Gepubliceerd op 07-02-2022

DOLEANTIE

betekenis & definitie

is een in de Gereformeerde kerkelijke taal een enkele maal gebruikt woord, waarmee men aanduidt het doleren (Lat.: dolere = o.a. zich beklagen, m.n. bij de rechter), het klagen over door kerkbestuur of overheid aangedaan onrecht. Het woord wordt speciaal gebezigd voor de beweging van 1886 in de Ned.

Herv. Kerk, waarbij een aantal kerkeraden en gemeenten in daadwerkelijk verzet kwamen tegen de bestuurlijke organisatie van de Ned. Herv. Kerk (het „synodale juk”).De geschiedenis dezer doleantie, beschreven in het artikel De Gereformeerde* kerken in Nederland, liep uit op het ontstaan van de Nederduitse Gereformeerde kerken (dolerend), die met grote offervaardigheid voorzagen in de behoeften aan kerkgebouwen, pastorieën en tractementen. In 1892 verenigden zij zich met de Christelijke Gereformeerde Kerk, die ontstaan was uit de Afscheiding* (vgl. de Acte van Afscheiding en Wederkering, waarin verklaard was dat men zich afscheidde van degenen die niet van de Kerk zijn, en wederkeerde tot de leer, de tucht en de dienst der Gereformeerde vaderen en dat men zich wilde verenigen met elke op Gods onfeilbaar Woord gegronde vergadering), onder de naam van De Gereformeerde Kerken in Nederland

DR R. SCHIPPERS

Lit.: D. Grosheide, Catalogus van geschriften en stukken betreffende de Doleantie (1936); K. Dij k e.a., De Reformatie van ’86; Gedenkboek (1936); J. C. van der Does, De Doleantie (1936); J. C. Rullmann, De strijd voor kerkherstel in de Ned.

Herv. Kerk der 19de eeuw, 3de dr. (1928); Idem, De Doleantie in de Ned. Herv. Kerk der 19de eeuw, 3de dr. (1929); Idem, Doleantiestemmen (1936); W. J. de Wilde, Gesch. v. Afscheidingen Doleantie (i934)-