Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

DOCETEN

betekenis & definitie

komt van het Griekse werkwoord δοκείν, dokein, dat o.m. „schijnen” (als tegenstelling van „zijn”) betekent. Het is niet de naam van een secte.

Aanhangers van het „docetisme” vond men nl. in de Oudheid zowel onder de gnostici als elders. Docetisme is nl. die Christologische lering, waarbij de realiteit van Christus’ menselijke, lichamelijke verschijning meer of minder radicaal werd geloochend. De grond daarvan lag òf in de mening, dat de materie als zodanig „zondig”, d.w.z. anti-goddelijk zou wezen, òf in de overtuiging, dat de stelling: goddelijk = volmaakt = onveranderlijk niet toelaat enig reëel contact met de sfeer der vergankelijkheid aan de godheid toe te schrijven.Men vindt zulke gedachten reeds in I Joh. 4 : 2, II Joh. 7 bestreden. De juiste definitie van de term vindt men het eerst bij Theodoretus (gest. 458), Ep. 82. Een secte, die zichzelf „Doceten” noemde — waarom weten wij niet — vindt men bij Hippolytus (gest. 235), Philosophumena, VIII, 8-11 en X, 16. Zij is beslist gnostisch. Onder de Chr. gnostici komt een docetische Christologie bij de Satornilianen en in de Valentiniaanse school sterk naar voren. Bij Basilides daarentegen is bijv. Jezus een werkelijk mens, maar de hemelse „aeon” Christus heeft zich slechts tijdelijk van Hem bediend. Marcion beschouwde Christus’ verschijning geheel als een „theophanie” in de klassieke zin, d.w.z. als een tijdelijk aannemen van een soort lichamelijkheid door een bovenaards wezen. De Manichaeërs dachten over de Christus in dezelfde trant. Voor zijn bekering is Augustinus tussen de jaren 373 en 383 Manichaeër geweest: docetische gedachten moeten voor de antieke intellectuelen zeer aantrekkelijk geweest zijn. De publicatie der Koptische papyri van Khenoboskion (50 km t. N. van Luxor) door prof. dr J. Doresse zal echter onze kennis van de gnosis en verwante stromingen geheel vernieuwen en geweldig uitbreiden. Zij omvatten nl. in 12 delen meer dan 40 werken, waaronder vele, waarvan Irenaeüs, Epiphanius, enz. slechts van horen zeggen iets wisten of alleen de titel kenden.

PROF. DR J. DE ZWAAN