Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

DEKKING

betekenis & definitie

(1, militair) heet alles wat te velde wordt gebruikt om personeel, wapenen, materieel en munitie te dekken (d.i. beschermen) tegen ’s vijands waarneming of tegen diens vuur dan wel tegen beide tegelijk. Dekkingen kunnen dus zowel zijn zgn. terreinvoorwerpen en terreinbegroeiingen welke een zodanige bescherming bieden, als kunstmatige veranderingen van het terrein en geheel nieuwe werken, welke tot de versterkingskunst worden gerekend.

In beginsel moet dekking de eigen waarneming en vuuruitwerking niet belemmeren; de tactische regel: „vuuruitwerking gaat boven dekking” geldt vnl. voor de gevechtsdekkingen welke zowel de eigenlijke vuurorganen als de commando-, waarnemings-, uitkijkposten e.d. tijdens het gevecht moeten beschermen.

Afwachtingsdekkingen
zijn bestemd om personeel, zolang dit niet daadwerkelijk aan de strijd deelneemt, en wapenen, munitie, enz. welke niet onmiddellijk voor het gevecht nodig zijn, bescherming tegen vuur en zicht te verschaffen.



Gemeenschapsdekkingen
worden gemaakt voor de aan- en afvoer van de strijdmiddelen, het overbrengen van bevelen en het verplaatsen van troepen in een stelling of versterkt terrein, waarin ongedekt verkeer ten gevolge van ’s vijands waarneming en vuur buitengesloten is. Naar de bestemming en constructie worden de gevechts- en afwachtingsdekkingen onderscheiden in: open opstellingen voor enkele schutters (putten), mitrailleurs en geschut; gevechtsloopgraven; scherfvrij overdekte opstellingen voor scherpschutters en mitrailleurs; granaatvrij overdekte kazematten; scherfvrij of granaatvrij overdekte schuilplaatsen.

De gemeenschapsdekkingen zijn te onderscheiden in: natuurlijke, nl. maskering biedende terreinverheffingen en begroeiingen, voorts greppels, droge sloten, holle wegen, dijken en kaden, en kunstmatige, nl. maskeringsschermen, kruipgeulen, gemeenschapsloopgraven en sappen (soms scherfvrij overdekt). Voor de constructie van de dekkingen, die uitsluitend tegen waarneming moeten beschermen, z maskering. De technische gegevens voor dekkingen tegen vuur zijn te vinden in de militaire handboeken en voorschriften over vesting- en stellingbouw, pionier- en versterkingskunst.



Dekkingen tegen vliegtuigbommen
moeten, wat de constructie betreft, rekening houden met de mijnwerking en de schokwerking van die projectielen. Ten voordele van die dekkingen geldt dat artillerie-projectielen een groter totaalgewicht hebben in verhouding tot het gewicht aan springstof dat zij bevatten en grotere trefsnelheden dan vliegtuigbommen, zodat van deze laatste de schokwerking minder is, doch daartegenover staat dat zij de dekkingen meestal loodrecht treffen. Wat de mijnwerking aangaat, breken vliegtuigbommen veelal bij het treffen van zware gewapend beton-schuilplaatsen, welke geen of slechts weinig gronddekking bezitten. Overigens zijn, ter beoordeling van de uitwerking van deze bommen in vergelijking met die van brisantgranaten (tot 28 cm kaliber toe) tabellen opgesteld.

Tegen de mijnwerking van bommen met meer dan 100 kg springstof is slechts door toepassing van diep gemineerde schuilplaatsen of van bijzonder geconstrueerde, zeer zware gewapend beton-schuilplaatsen, dekking te verkrijgen.

Lit.: C. P. Brest van Kempen en J. J.

C. P. Wilson, Leerboek der Veldversterkingskunst, 1ste dl (Afd. A), Vluchtige veldversterkingskunst (Breda 1923); C.

J. Snijders en P. C. J.

Noorduyn, Duurzame en tijdelijke versterkingskunst, 1ste dl, 3de dr., bewerkt door P. W. Scharroo (Breda 1916) : L. J.

Spanjaerdt Speekman, Duurzame versterkingskunst, 2de dl (Breda 1934); Idem, Berekening van dekkingen van gewapend beton tegen artillerievuur (Breda 1932); W. van der Hout, Duurzame versterkingskunst, 1ste dl (Breda 1924); Voorschrift inrichten stellingen (V.I.S.), delen: I. Het inrichten van stellingen (Breda 1934); VI. Gevechts-, Afwachtings- en Gemeenschapsdekkingen (Breda 1933) ; VII. Bouw van Zware Gewapendbeton-schuilplaatsen (ibid. 1928); Aanhangsel B.

Mineeren en Sappeeren (ibid. 1933); Verzameling van pionier-technische gegevens (ibid. 1935); E. S. Zeevenhooven, Gewapend beton in de Versterkingskunst gedurende de 2de Wereldoorlog 1939-1945 (De Ingenieur 1948).

(2, economie). In het algemeen activa die op grond van een overeenkomst worden verbonden tot nakoming van een verplichting. Ter dekking van een crediet kunnen bijv. effecten, onroerende goederen dan wel bepaalde vorderingen op een derde als onderpand worden gegeven.

Meer in het algemeen verstaat men onder dekking de activa die staan tegenover de direct opeisbare verplichtingen van een circulatiebank. De direct opeisbare verplichtingen bestaan uit bankbiljetten en saldi in rekening-courant. De samenstelling van de dekking is nader geregeld in de Bankwet (z centrale banken).