Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

De GEMEENSCHAP

betekenis & definitie

Nederlands letterkundig maandblad, werd in 1925 door jonge Katholieken opgericht en stond — ondanks verschil in levensbeschouwing — in nauw contact met de paganisten en vitalisten van De Vrije Bladen. Met name Jan Engelman en Marsman hadden, beiden in Utrecht, veel voeling met elkander in de jaren 1925-1930.

De woordvoerder van een nieuwe, principieel Katholieke en tegelijk modern-aesthetische literaire critiek is de jong gestorven Gérard Bruning aanvankelijk geweest. Zijn vurige temperament en felle stijl oefenden aantrekkingskracht uit op de vitalistische Marsman. In deze jaren ziet men de vertegenwoordigers der beide groepen vaak in elkaars tijdschrift schrijven. Tot de Jong-Katholieke groep om De Gemeenschap behoorden voorts Anton van Duinkerken, Antoon Coolen, Albert Helman, Albert Kuyle en Henri Bruning.

De laatste drie ontwikkelden zich in sterk uiteenlopende richting: de eerste maakte zich los van de Katholieke kring, de laatste twee kregen gaandeweg fascistische sympathieën. Een redactioneel conflict leidde in 1934 tot de oprichting van De Nieuwe Gemeenschap, die slechts tot 1936 heeft bestaan.

In De Gemeenschap heeft zich voor het eerst sinds Alberdingk Thijm weer een krachtig Katholiek streven in de letterkunde van Nederland geopenbaard, waarvan Van Duinkerken de begaafde, veelzijdige en welsprekende woordvoerder, in woord en geschrift, is gebleven. Merkwaardig was het samengaan dezer Jong-Katholieke letterkunde met een onder Duits expressionnistische en Vlaams humanitaristische invloed staand modernisme, aanvankelijk vooral in de vormen van het vrije vers, dat soms tot proza naderde. Spoedig zijn echter Engelman en Van Duinkerken tot andere, meer gebonden vormen, teruggekeerd, w.o. het lied en de ballade. De critiek der Jong-Katholieken sloot, in heftiger vorm, aan bij die van wat oudere voorgangers in de Katholieke letterkundige beweging, zoals Pieter van der Meer de Walcheren, L.

J. M. Feber en Bernard Verhoeven. De tijdschriften Van Onzen Tijd (1899-1920), De Beiaard (1916-1926) en Roeping (1922) waren aan De Gemeenschap voorafgegaan.

Tot de jong-Katholieke dichters behoorden voorts nog Willem ten Berge, Gerard Wijdeveld en Chr. de Graaff, welke laatste twee zich echter tijdens Wereldoorlog II evenals Kuyle aan de zijde van de Duitse overheerser schaarden. In 1941 werd De Gemeenschap verboden en hield daarmee op te bestaan.