Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

COEVORDEN

betekenis & definitie

of KOEVORDEN, gemeente in de provincie Drente, 4038 ha groot en met (1949) 8455 inw. waarvan (1930) 64 pct Prot. en 23 pct R.K.; bevat de stad Coevorden, de buurt Steenwijksmoer en enige gehuchten. De grond bestaat in het Z., waar het Schoonebekerdiep, het Drostendiep en het Loodiep zich tot de Kleine-Vecht verenigen, uit beekklei, in het W. en N. uit deels afgegraven hoogveen, in het Z.O. langs het Schoonebekerdiep uit laagveen en in het O. uit plistoceen zand.

Ongeveer 3/4 van de gemeente is cultuurgrond, welke voor 52 pct als grasland, voor 47 pct als bouwland en 1 pct als tuinbouw in gebruik is. De bevolking is ongeveer gelijkelijk in landbouw, handel en nijverheid werkzaam. De industrie omvat o.m. aardappelmeel-, textiel- en strocartonfabricage. De stad is knooppunt van autobusverbindingen en vaarwater naar alle richtingen, heeft weekmarkten en vormt het winkelcentrum voor een groot gedeelte van de N.O.-hoek van Overijsel en de Z.O.-hoek van Drente.

Is voorts onderwijscentrum voor dit gebied (Lyceum, vakscholen, Ambachtsschool, Rijkskweekschool voor onderwijzers enz).De stad Coevorden, ontstaan aan de samenvloeiing van de beken, die de Kleine Vecht vormen (er zijn overblijfsels gevonden uit de praehistorische en de Romeinse tijd), was sinds de 12de eeuw het middelpunt van een heerlijkheid, in bezit van de bisschoppen van Utrecht, en stond onder een burggraaf, die zich bij voortduring tegen het gezag van de bisschop heeft verzet (Slag bij Ane 1227) en tussen 1232-1402 uit het geslacht der graven van Borculo stamde (z geslacht Van Coeverden). Aanvankelijk werd zij alleen door de burcht van Coevorden beschermd. Eerst in de 16de eeuw werd zij met vestingwerken omringd, die door Menno van Coehoorn voltooid werden. Lange tijd was Coevorden een van de voornaamste vestingen van Nederland.

In 1581 werd Coevorden, na het verraad van Rennenberg, belegerd, in 1592 moest de stad zich aan Maurits overgeven, in 1672 werd zij door Bernhard van Galen, bisschop van Munster, ingenomen, nog in hetzelfde jaar door de Staatsen, naar het plan van de Coevordense onderwijzer Meindert van der Thynen, heroverd. Ook in 1813 speelde de vesting Coevorden een rol en werden de vestingwerken hersteld, gedeeltelijk met het materiaal voor de sluizen aan het Katerveer bij Zwolle, dat ongebruikt lag wegens Napoleons weigering subsidie voor het verder graven van de Willemsvaart te verschaffen. Onder koning Willem III werd zij ontmanteld, doch de aanleg van de stad bewaart nog duidelijk de trekken van de oude vesting. Een 17de-eeuwse gevel, alsmede de gewelfde kelders van het oude kasteel en een stuk torenmuur vormen de oudheidkundige bezienswaardigheden.

De stad werd op 21 Febr. en 9 Apr. 1944 door luchtbombardementen zwaar getroffen en op 7 Apr. 1945 door de Canadese troepen bevrijd.

Lit.: J. Picardt, Korte beschryvinge... der provinciën — mitsgaders een korte beschryvinge der stadt Covorden (Amst. 1660) ; J. S. Magnin, Geschiedk. overz. v. d. besturen in Drenthe, 3 dln (1838-50); Nieuwe Drenthsche Volksalmanak VI (1888), LXI (1943); F.

H. A. Sabron, In en om C. in 1813-’14 (Breda 1913).