Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

BUITENWERELD

betekenis & definitie

is in engere zin alles wat zich buiten ons bezielde lichaam bevindt en beurtelings op dit lichaam inwerkt en beïnvloeding van ons ondervindt. In strengere zin behoort echter ook ons lichaam met inbegrip van de waarnemingen van onze zintuigen tot de buitenwereld.

Aan het subject trekt m.a.w. een stroom van bewustzijnsinhouden of voorstellingen voorbij; sommige — die betrekking hebben op oordelen, gevoelens, wilsbesluiten enz. — behoren tot de zgn. inwendige waarneming; andere, de gewaarwordingen van kleuren, tonen, bewegingen enz. tot de uitwendige waarneming. Waarom worden deze gewaarwordingen geordend en geprojecteerd in het beeld van een zich buiten ons bevindende wereld ? Omdat het verloop der voorstellingen van de inwendige waarneming (met uitzondering van de zgn. vrij opstijgende voorstellingen, die wellicht uit een psychische buitenwereld afkomstig zijn) uit zichzelf voortkomt, terwijl de voorstellingen der uitwendige waarneming, d.w.z. de gewaarwordingen, het psychische verloop onderbreken. Het subject concludeert dan met intuïtieve toepassing van het causaliteitsbeginsel, dat een adequate oorzaak voor iedere werking verlangt, tot de werkzaamheid, de inwerking van een agens buiten het eigen bewustzijn. Deze menigvuldige, vaak zeer ingrijpende en het bewustzijn sterk beïnvloedende inwerkingen (op een slag volgt bewusteloosheid; lichamelijke ziekten hebben psychische gevolgen) vat het subject samen in het beeld van één buitenwereld, de wereld of de natuur.

De verhouding van het waarnemende subject en de waargenomen objecten geeft nu in de kennistheorie of kenleer aanleiding tot vele problemen. Bezit het object inderdaad de eigenschappen, die in het bewustzijn als afkomstig van het object verschijnen ? Reeds lang onderscheidde men vaak, wat Locke vervolgens genoemd heeft de primaire qualiteiten der dingen, zoals grootte, vorm, beweging of rust, van de secundaire qualiteiten: kleuren, tonen, geuren enz. die resp. wèl en niet los van de waarneming aan de dingen toe zouden komen. Het phaenomenalisme of subjectieve idealisme beweert echter, dat de primaire qualiteiten, die ten slotte evenzeer slechts zintuigqualiteiten zijn als de secundaire, ook niets dan verschijnselen in het bewustzijn zijn, terwijl wij over wat hen veroorzaakt, de dingen op zichzelf, niets kunnen weten. Het realisme daarentegen houdt het er voor, dat de waargenomen eigenschappen — ook de „secundaire” — aan de dingen eigen zijn.

Het realisme is de meest natuurlijke opvatting („naïef realisme”); het wetenschappelijk of critisch realisme tracht deze opvatting, dat dus de waargenomen eigenschappen, ook afgezien van het waarnemende subject, aan de dingen toekomen, wijsgerig te rechtvaardigen. De uiterste vorm van het idealisme is het solipsisme, dat zegt, dat alleen (solus) het eigen ik (ipse) bestaat en dat dus het bestaan van een buitenwereld geheel loochent. Volgens het psychisch monisme (z Heymans) werkt er wel iets van buiten af op de psyche in, maar is, wat inwerkt, van psychische aard, terwijl het als iets fysisch verschijnt. Volgens het meest consequente materialisme zou enkel de (buiten-) wereld bestaan en geen waarnemend subject, maar dat wordt nauwelijks volgehouden.

Integendeel wordt vrijwel algemeen aangenomen, dat hoe men verder ook over het karakter der buitenwereld moge oordelen, men heeft uit te gaan van het bewustzijn, dat in zich voorstellingen, die blijkbaar betrekking hebben op een buitenwereld, aantreft. Een ander probleem is weer hoe het ik of het bewustzijn op de buitenwereld of het lichaam kan inwerken. Deze verhouding van het psychische en het fysische wordt verschillend gezien: hetzij als een evenwijdigheid (psychofysisch parallellisme), hetzij als een inwerking op elkaar (wisselwerkingsleer).j. j. POORTMAN.