Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

BUITENLANDSE DIENST

betekenis & definitie

noemt men in Nederland, in België en in andere landen de dienst van de diplomatieke en consulaire zendingen en vertegenwoordigingen in het buitenland.

Voor NEDERLAND is de organisatie van de buitenlandse dienst neergelegd in het „Reglement van den buitenlandschen dienst”, vastgesteld bij K.B. van 21 Dec. 1945, Stbl. no F 322 (gewijzigd bij K.B. van 21 Jan. 1948, Stbl. no I 25), en in werking getreden op 1 Jan. 1946. Bij dit besluit werden de toen bestaande voorschriften, nl. het Diplomatieke Reglement (Stbl. 1925, no 109), het Consulair Reglement (Stbl. 1935, no 56), het Tolkenreglement voor het Verre Oosten (Stbl. 1934, no 667) en het Tolkenreglement voor de Levant (Stbl. 1909, no 268) ingetrokken.

Volgens het Reglement van de buitenlandse dienst behoort tot de taak van die dienst:

a. het Koninkrijk in den vreemde te vertegenwoordigen en

b. er de buitenlandse betrekkingen van het Koninkrijk te onderhouden;

c. in den vreemde de belangen van het Koninkrijk en van de Nederlandse onderdanen te behartigen en te beschermen;

d. inlichtingen omtrent het buitenland te verzamelen en te verstrekken, welke voor de regering en voor de Nederlandse onderdanen van belang kunnen zijn;

e. buiten het grondgebied van het Koninkrijk de gerechtelijke, buitengerechtelijke en administratieve handelingen en werkzaamheden te verrichten, welke krachtens internationale overeenkomsten en de wetten en voorschriften van het Koninkrijk aan diplomatieke en consulaire ambtenaren zijn opgedragen of waartoe deze bevoegd zijn verklaard;

f. het verrichten van alle andere door of vanwege de Kroon op te dragen werkzaamheden;

een en ander met inachtneming van het volkenrecht, in het bijzonder de voor het Koninkrijk of deszelfs samenstellende delen bindende internationale verdragen en andere overeenkomsten, de buitenlandse wetten en gebruiken.

Tot het personeel van de buitenlandse dienst behoren de ambtenaren van de buitenlandse dienst, zowel in vaste of tijdelijke dienst of op arbeidscontract, de honoraire consulaire ambtenaren, administratieve en andere ambtenaren en hulpkrachten, voor de duur van hun zending de hoofden en leden van bijzondere diplomatieke zendingen, voor zover niet behorende tot een der vorige groepen, en voor de duur van hun detachering de militaire en burgerlijke ambtenaren, die met bijzondere bestemming aan een diplomatieke of consulaire post zijn toegevoegd.

De ambtenaren van de buitenlandse dienst worden onderscheiden in diplomatieke, handelsdiplomatieke en consulaire ambtenaren. Onder diplomatieke ambtenaren worden verstaan de ambtenaren van de buitenlandse dienst, die aan een der diplomatieke zendingen of anderszins een diplomatieke betrekking bekleden; onder handels-diplomatieke ambtenaren diegenen der diplomatieke ambtenaren, wier werkzaamheden uitsluitend of in hoofdzaak op economisch gebied liggen; onder consulaire ambtenaren de ambtenaren van de buitenlandse dienst, die aan een der consulaire posten of anderszins een consulaire betrekking bekleden. Voorts worden zij onderscheiden in ambtenaren van de buitenlandse dienst der eerste, tweede, derde, vierde of vijfde klasse en de aspirant ambtenaren van de buitenlandse dienst. De ambtenaren van de buitenlandse dienst der eerste, tweede en derde klasse worden door de Kroon, de overigen door de minister van Buitenlandse Zaken benoemd, bevorderd, ter beschikking gesteld en ontslagen.

Benoeming der hogere ambtenaren geschiedt in het algemeen uit die der voorafgaande klassen. Indien het belang van de dienst dit vordert, kunnen — zij het bij uitzondering — tot ambtenaren van de buitenlandse dienst der eerste of tweede klasse, nl. tot ambassadeur of gezant, personen buiten het corps beroepsdiplomaten worden benoemd.

De ambtenaren van de buitenlandse dienst der eerste klasse hebben de rang van buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur, dan wel die van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister; die der tweede klasse hebben de rang van buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, dan wel die van consul-generaal; die der derde klasse hebben de rang van gezantschapsraad, handelsraad of consul-generaal; die der vierde klasse hebben de rang van eerste gezantschapssecretaris, eerste handelssecretaris of consul; die der vijfde klasse hebben de rang van tweede gezantschapssecretaris, tweede handelssecretaris, vice-consul of derde gezantschapssecretaris; de aspirant-ambtenaren hebben de rang van gezantschapsattaché of adjunct vice-consul. Zij voeren de titel, in overeenstemming met hun rang, met dien verstande, dat zij, indien zij in een diplomatieke functie aan een der ambassades zijn toegevoegd, de titel voeren van ambassaderaad, eerste, tweede of derde ambassadesecretaris of ambassade-attaché. De Kroon en de minister van Buitenlandse Zaken kunnen nog andere titels dan de hierboven genoemde verlenen.

De buitenlandse dienst omvat bijzondere en vaste diplomatieke zendingen en consulaire posten. De hoofden van deze zendingen en posten worden daartoe door de Kroon benoemd.

Zie verder hiervoor diplomatie en consulaatwezen.

In BELGIË geeft het Reglement der buitenlandse diensten van 15 Oct. 1946 (Moniteur beige, 18 Dec. 1946) voorschriften omtrent de inrichting der ambassades en gezantschappen en die van de beroepsconsulaten-generaal en beroepsconsulaten, omtrent de ereconsulaten en het statuut van het personeel der buitenlandse diensten, met inbegrip van het kanselarijpersoneel.

MR L. V. LEDEBOER.