Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

BREEDTE

betekenis & definitie

(1, geografische), noemt men de boogafstand waarop een bepaald punt op aarde ten N. of ten Z. van de evenaar of equator gelegen is (noorder- en zuiderbreedte; N.Br. en Z.Br.). Zo ligt Amsterdam op 52° 22' 30" N.Br.; Batavia op 6° 7' 36" Z.Br. (z aarde en breedtevariatie).

(2, sterrenkundige), de positie van een hemellichaam, kan op verschillende wijzen worden vastgelegd. Gewoonlijk bedient men zich daarvoor van rechte klimming en declinatie. Vroeger gebruikte men ook dikwijls lengte en breedte; thans vinden deze nog toepassing in de hemel-mechanica. De breedte is de hoek die de richting naar het hemellichaam maakt met het vlak van de ecliptica.

Bevindt het hemellichaam zich ten N. van de ecliptica dan spreekt men van Noorder-of positieve breedte, anders van Zuider- of negatieve breedte.