Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 26-08-2022

Bonorum possessio

betekenis & definitie

letterlijk: bezit der nalatenschap, maar in wezen: een rechtspositie als van een erfgenaam, kende in het Romeinse recht de praetor aan bepaalde personen toe. Soms deed hij dit in overeenstemming met de erfrechtelijke regels van het jus civile (adiuvandi of confirmandi juris civilis gratia), soms ter aanvulling van deze (supplendi juris civilis gratia), soms lijnrecht er tegen in (corrigendi juris civilis gratia).

Wat de intestaat-erfopvolging betreft kwam, volgens het edictum successorium, in de eerste plaats de Bonorum Possessio unde liberi, nl. aan de zoons in potestate en aan de geëmancipeerde zoons van de overleden vader, in de tweede plaats de Bonorum Possessio unde legitimi, die alle personen omvatte die door het jus civile tot de erfenis geroepen waren, in de derde plaats de Bonorum Possessio unde cognati, omvattende de bloedverwanten tot de 6de graad, hetgeen een belangrijke verandering betekende ten opzichte van het oude civiele agnatenerfrecht en in de vierde plaats de Bonorum Possessio unde vir et uxor, waardoor de praetor de Bonorum Possessio verleende aan de overlevende echtgenoot, bij gebreke van alle agnaten en alle cognaten.

Bij botsing van de praetorische en de civiele regels, die bijv. naar aanleiding van de Bonorum Possessio unde liberi kon ontstaan, stond eerst de praetorische erfgenaam bij de civiele heres achter (B.P. sine re), later trof de praetor maatregelen (een exceptio tegen de hereditatis petitio), dat de praetorische erfgenaam het proces won (B.P. cum re).

Op deze wijze heeft het Praetorisch Edict geleidelijk een geheel stelsel van praetorisch versterf-erfrecht naast het civiele Rom. erfrecht opgebouwd, waarbij hij zich niet liet leiden door systematische overwegingen, maar stap voor stap tegemoet kwam aan de zich wijzigende maatschappelijke toestanden en opvattingen, met name aan het losser worden van de oude agnatische familieband en de toenemende betekenis van de cognatio.

Ook in het testamentaire erfrecht greep de praetor door verlening der Bonorum Possessio in. Indien een civiel testament door vormgebrek nietig was, verleende hij de B. P. secundum tabulas testamenti als hij niettemin de waarborg voor echtheid van het testament aanwezig achtte (testamentum septem signis signatum) en indien mannelijke descendenten in het testament niet met name genoemd, dus òf ingesteld òf onterfd waren, verleende hij hun de B. P. contra tabulas testamenti.

Men verkreeg in alle gevallen de Bonorum Possessio alleen indien men er om verzocht (petere, adgnoscere) en wel in het algemeen binnen 100 dagen; enkele van deze verzoeken zijn op papyri bewaard gebleven. Ter verkrijging van de goederen der nalatenschap diende het interdictum quorum bonorum.

ROF. MR H. R. HOETINK

Lit.: J. C. van Oven, Leerb. v. Rom. Priv.recht (1947), §§ 340, 348 en 370.

< >