Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 26-08-2022

Bondgenotenoorlog

betekenis & definitie

noemt men een oorlog tussen of uitgaande van bondgenoten. In de Oudheid zijn de volgende de meest bekende:

1. Eerste Griekse Bondgenotenoorlog (357-355), uitgaande van de voornaamste bondgenoten in de Tweede Attische Zeebond (zie Symmachie). Athene had zich door heerszuchtig optreden gehaat gemaakt, en Chios, Rhodos, Kos en Byzantium vielen nu af, gesteund door Maussolos, vorst van Carië, die zijn gebied wilde uitbreiden. De oorlog werd begonnen door Chabrias, en voortgezet door Chares, Iphikrates en Timotheos. De opstandelingen belegerden Samos, dat echter ontzet werd. Byzantium kon echter niet door de Atheners worden genomen en Chares werd in 356 bij Embata verslagen. Ondertussen zochten de Atheners hulp bij de opstandige Perzische satraap Artabazos; de Perzische koning Artaxerxes III Ochus bedreigde hen echter zozeer, dat zij moesten wijken en de opstandige bondgenoten de onafhankelijkheid hergeven. Bovendien dwongen de bedreigingen van Philippus II van Macedonië hen alle kracht tegen hem te richten. Zo kwam een einde aan deze oorlog en daarmede aan Athene’s macht.
2. Tweede Griekse Bondgenotenoorlog (220-217) ook wel Aetolische (zie Aetolië) oorlog genoemd. Toen na de dood van Antigonos I Doson (221) Philippus V koning van Macedonië geworden was, en de Aetoliërs daarvan gebruik maakten voor invallen in de Peloponnesus, verbonden de Achaeërs zich met Philippus tegen hen. Sparta koos ten slotte de zijde der Aetoliërs. De oorlog werd afwisselend gevoerd, meestal met succes voor Philippus, die Ambrakia en Elis veroverde, en ten slotte ook de Spartaanse koning Lycurgus versloeg. Hannibal’s overwinning bij het Trasimeense meer (217) deed hem echter naar vrede verlangen om tegen de Romeinen de handen vrij te hebben. Zo kwam deze tot stand. Elke partij behield wat zij bezeten had.
3. De eerste Bondgenotenoorlog der Romeinen is de Latijnse (340-338 v. Chr.). De Latijnen verlangden volgens de overlevering, dat zij met de Romeinen gelijke rechten zouden hebben. De Campaniërs sloten zich bij hen aan. Zij werden echter verslagen bij Sinuessa, hun bond werd opgeheven, en zij zelf met Rome verbonden.
4. Het belangrijkst is de Bondgenotenoorlog, ook wel Marsische oorlog genoemd, die van 90-88 v. Chr. werd gevoerd, en bijna het Romeins gezag had vernietigd. Reeds meermalen waren pogingen aangewend de bondgenoten in Italië het Romeinse burgerrecht te verlenen, het laatst door Livius Drusus. Deze was echter vermoord en nu begonnen de volkeren van Midden- en Zuid-Italië de opstand, voornamelijk de Marsi en Samnieten. Zij stichtten een bondsstaat met Corfinium als middelpunt, dat zij Italica noemden. Het hoogste gezag was in handen van 2 consuls, bijgestaan door een Raad van 500. De Romeinse senaat droeg het opperbevel tegen de Marsi op aan de consul P. Rutilius, tegen de Samnieten aan de consul L. Julius Caesar. Een deel van Italië, geheel Latium, de Etrusken en Umbriërs bleven Rome trouw. Tevens ontboden de Romeinen hulptroepen uit Gallië en Afrika, en brachten op deze wijze een aanzienlijk leger bijeen. De bondgenoten waren echter beter voorbereid. Zij versloegen Caesar, namen de stad Nola, en kregen vele steden aan hun zijde. Even ongelukkig streed Rutilius tegen de Marsi; hij sneuvelde na korte tijd. En hevig woedde de strijd in Campanië. Rome moest tegen het dreigend gevaar in staat van verdediging worden gebracht, en zelfs de vrijgelatenen werden te wapen geroepen. Reeds hadden Etrusken en Umbriërs zich bij de opstandigen aangesloten. De Romeinen zochten nu hun kracht in toegeeflijkheid. Eerst verleende een lex Julia de trouw gebleven bondgenoten het burgerrecht, daarna een lex Plautia Papiria (89 v. Chr.) aan alle bondgenoten ten Z. van de Po, wanneer zij zich binnen twee maanden aanmeldden. Dit brak de kracht van de opstand. De Marsi werden bij Asculum verslagen door de consuls Gnaeus Pompeius Strabo en Lucius Porcius Cato, terwijl Sulla de Samnieten overwon bij Nola (88). De Samnieten bleven echter de oorlog voortzetten, maar werden door Sulla na zijn terugkeer vernietigd in de slag bij de Porta Collina (82). De bondgenoten werden nu langzamerhand opgenomen in het staatsorganisme; de steden maakten als vrije municipia met eigen rechten deel uit van de Romeinse staat.

PROF. DR D. COHEN

Lit.: R. Weise, Der athen. Bundesgenossenkrieg (1895); E. Drzerga, Der röm. Bundesgenossenpolitik v. d. Gracchen bis zum Ausbruch des Bundesgenossenkrieges (1907); Von Domaszewski, Bellum Marsicum, in: Sitzungsber.

Akad. Wiss. Wien (1924);J. Carcopino, Les lois agraires des Gracques et la guerre sociale, in: Bull. Assoc. G. Budé (1929).