Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 24-01-2022

Bloedverwantschap

betekenis & definitie

(1, anthropologie) is verwantschap (oorspr.: verbondenheid) door de band des bloeds, waarbij bloed het lichamelijke in het algemeen representeert. De betekenis schijnt echter te verschuiven in de richting van „overeenstemming”: geestverwantschap, vormverwantschap enz.

Door het proces der geslachtelijke voortplanting hebben bloedverwanten in sterker mate erfelijke eigenschappen gemeen dan niet-bloedverwanten. Kinderen van erfelijk zeer uiteenlopende personen (bijv. Negers en Mongolen) noemt men bastaarden. Deze term is niet erg gelukkig, daar men oorspronkelijk en ook thans nog wel kinderen die in ontucht verwekt zijn, bastaard* of ook wel bankaard noemt (lett.: op een zadel of op een bank verwekt). Het tegengestelde van bastaardering heet inteelt. Deze ontstaat wanneer bloedverwante personen huwen en zich voortplanten.

Bastaardering (Eng.: hybridization) veroorzaakt een grotere verscheidenheid der individuen door het ontstaan van nieuwe combinaties van eigenschappen. Inteelt heeft tot gevolg dat de mensen meer op elkaar gaan gelijken. Zij is ook van belang voor de eugenetica, daar erfelijke ziekten er door kunnen ontstaan, die de eugeneticus juist wil voorkomen (z genetiek en eugenetiek).

De aanleg van eigenschappen, ook van pathologische, denken wij ons gelocaliseerd in een gen. De genen zijn delen van de chromosomen (kernlissen). Bij de bevruchting verenigen zich de genen van vaders- en moederskant zodanig, dat overeenkomstige genen telkens een paar vormen; men noemt dit een paar van „allelen”. Van elk gen nu bestaan minstens twee allelen. Zijn de allelen aan elkaar gelijk, dan spreekt men van homozygotie. Bij heterozygotie verschillen zij van elkaar.

Bastaardering bevordert de heterozygotie, inteelt bevordert de homozygotie. Bij dominanterfelijke ziekten behoeft slechts één allele de erfelijke aanleg der ziekte te bevatten om deze manifest te doen worden. Bij recessief-erfelijke ziekten moeten beide allelen deze aanleg bevatten. Inteelt bevordert dus het voorkomen van recessief-erfelijke ziekten. Wanneer de genen geen aanleg tot erfelijke ziekten bevatten, heeft inteelt ook geen kwade gevolgen. Men kan dit evenwel niet weten, voordat men de gevolgen van een bepaalde kruising voor ogen heeft.

Men doet dan ook beter huwelijken tussen bloedverwanten tegen te gaan. Hoewel huwelijken tussen vertegenwoordigers van zeer verschillende rassen eugenetisch geen kwade gevolgen hebben (voor zover wij thans weten), moet men toch de sociologische bezwaren niet uit het oog verliezen: bastaarden (Indo’s, Mulatten enz.) vormen maatschappelijke minderheden, die door beide groepen, waaruit zij voortgekomen zijn, worden gemeden.

DR A. DE FROE

Lit.: G. B. Davenport and Morris Steggerda, Race Crossing in Jamaica (Washington 1929); Eugen Fischer, Die Rehobother Bastards (Jena 1913); Ernst Rodenwaldt, Die Mestizen auf Kisar (1927).

(2, recht) is volgens de wet (artt. 345-352 B.W.) de betrekking, die er bestaat tussen personen, die van elkander afstammen of een gemeenschappelijke stamvader hebben. Zwagerschap of aanverwantschap (Latijn: affinitas) bestaat tussen de ene echtgenoot en de bloedverwanten van de ander. Er bestaat geen zwagerschap tussen de wederzijdse bloedverwanten der echtgenoten. Zij die door één dier betrekkingen aan elkander verbonden zijn, heten verwanten-, zij, die in den bloede verwant zijn, bloedverwanten, deze laatsten noemt men ook magen, de anderen aangehuwden, aanverwanten, zwagers (in het Latijn affines (oorspr. nabuur), in het Frans alliés). Al die personen bestaan elkander en worden dikwijls samen begrepen onder nabestaanden.

Bloedverwantschap (cognatio*, consanguinitas) wordt onderscheiden in wettige en natuurlijke of onwettige bloedverwantschap. De erkenning van een natuurlijk kind (d.i. een buiten huwelijk verwekt en geboren kind) veroorzaakt de betrekking met degene der ouders, die de erkenning gedaan heeft, en heeft met de bloedverwanten van deze slechts enkele rechtsgevolgen.

De betrekking van bloedverwantschap kan meer of minder nauw zijn. Zij wordt berekend naar het aantal geboorten. Elke geboorte wordt een graad (oudtijds: knie, vandaar „evenknie”) genoemd. De opvolging der graden maakt de linie (oudtijds: link). Deze wordt onderscheiden in rechte linie en .jplinie. Bloedverwanten in de rechte linie zijn zij, die van elkander afstammen; bloedverwanten in de zijlinie (zijmagen of collateralen) zijn degenen, die niet van elkander afstammen, doch een gemeenschappelijke stamvader hebben. De naaste zijmagen zijn broeders en zusters, volle of halve, naarmate zij beide of slechts één van beide ouders gemeen hebben.

De berekening van de graad van bloedverwantschap tussen twee personen geschiedt in de rechte linie door het tellen van de geboorten, welke er tussen die personen zijn. In de zijlinie volgens de wettelijke, dat is de Romeins-rechtelijke wijze, telt men van de ene persoon tot de gemeenschappelijke stamvader en van deze naar beneden tot de ander. Het Canonieke en Germaanse recht kenden andere tellingen.

De wet verbindt verscheiden gevolgen aan de bloedverwantschap. Daaruit ontstaat, in verband met het huwelijk, de ouderlijke macht over de minderjarige kinderen. Zij is de bron van de verplichting tot onderhoud, ingeval van behoefte, aan sommige bloedverwanten, wederkerig op de een ten behoeve van de ander gelegd. Zij belet de toepassing van de lijfsdwang door verwanten in de nederdalende linie tegen die der opgaande. Soms is zij een volstrekt of betrekkelijk beletsel tegen het aangaan van een huwelijk. Zij is de grond van de wettelijke erfopvolging en het wettelijk erfdeel. Bloedverwanten van een der partijen in de rechte linie zijn in het algemeen onbekwaam om getuigenis in rechten af te leggen.

In vele oude rechtsstelsels was de betekenis van de bloedverwantschap voor het rechts- en het staatsverband veel groter dan thans. Het is waarschijnlijk dat zowel de oudste Romeinse als de Atheense staat op bloedverwantschap was gegrond, waarbij een aantal families een curia* vormde en de curiae gegroepeerd waren in de drie oude tribus*, totdat in Athene de hervormingen van Kleisthenes* en in Rome de aan Servius* Tullius toegeschreven hervorming hiervoor een orde gebaseerd op het beginsel der woonplaats in de plaats stelden. Ook vele andere oude rechtsinstellingen en gebruiken als eedhelpers, zoengeld, veten, waren op bloedverwantschap gevestigd. Zij vormt nog heden de grondslag van familie en gezin en het is niet aannemelijk dat zij ooit haar belang voor maatschappij en recht geheel verliezen zal.

PROF. MR H. R. HOETINK

Lit.: P. Scholten, Familierecht, 8ste dr. (1947); A. S. de Blécourt, Kort Begrip v. h. Oud -Vaderl. Burgerl. Recht, 5de dr. (i939)» no 230: Gradenberekening; A.

Guarino. Adfinitas (Milano 1939).

< >