Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 24-01-2022

Argos

betekenis & definitie

de hoofdplaats van Argolis*, is tegenwoordig een stad van ± 12 000 inw., met landbouw en industrie als hoofdmiddel van bestaan, en is bovendien garnizoensstad. In de Oudheid was Argos een der meest beroemde steden.

De Achaeërs* bouwden er (evenals op andere plaatsen van Argolis) een paleisburcht boven op de heuvel Larissa, waarvan de sporen zijn teruggevonden bij Nederlandse opgravingen sinds 1902 (■C Vollgraff, C. W.). In de mythische verhalen komt Argos vele malen voor: Danaos* en Danaïden*, Adrastos I* en Amphiaraos*, Agamemnon* en Herakles* staan in rechtstreeks verband met deze stad. De komst der Doriërs (± 1200 v. Chr.) maakte een eind aan de macht der Achaeërs; een koningsgeslacht, dat zich tot de Herakliden rekende, verkreeg er alle r vloed. Weldra had Argos geheel Argolis onderworpen.

Onder den tyran Pheidon streefde Argos naar de hegemonie over de Dorische volken. Deze Pheidon is waarschijnlijk in de 7de eeuw te plaatsen. Hij verdreef de Spartanen uit Thyreatis (slag bij Hyziai ± 669), werd te hulp geroepen door Pisa in de strijd met Elis* en nam toen zelf het voorzitterschap der Olympische spelen in handen. Bovendien was hij de eerste, die in Griekenland munten liet slaan; tevens voerde hij een nieuw maatstelsel in. Maar na zijn dood kwam tegenspoed. Het koningschap werd weldra vervangen door een democratische, soms aristocratische regering.

Thyreatis ging omstreeks 546 aan Sparta verloren; een volgende nederlaag in 520 kostte niet minder dan 6000 man. Het antagonisme met Sparta bepaalde veelal de politiek van Argos. Het nam geen deel aan de Perzische oorlogen en Tiryns en Mykene, die het wèl deden, verwoestte het in 468. Een dertigjarige wapenstilstand (van 451 af) kwam de ontwikkeling der schone kunsten ten goede (z Polykleitos). In 421 vormde het met Athene, Mantinea, Korinthe en Elis een bondgenootschap tegen Sparta, maar werd te Mantinea verslagen (418). Zonder succes poogde het steeds weer Sparta te weerstaan, werd in de Korinthische oorlog* in 393 door koning Agesilaos* veroverd, verbond zich zelfs tijdelijk met Korinthe tot één staat (387).

Bij de tweede veldslag te Mantinea (362) steunde het Epaminondas* en de Thebanen. In de Hellenistische tijd streefde het ernaar, zijn onafhankelijkheid tegenover Macedonië te bewaren, maar het kwam toch onder de macht van door Macedonië begunstigde tyrannen, totdat het zich bij de Achaeïsche bond (z Achaia) aansloot (229). Samen met deze bond streed het tegen Rome tot de nederlaag in 146. Het bleef een autonome stad en een middelpunt van Griekse cultuur. In 267 n. Chr. werd het door de Goten, in 395 door Alarik veroverd.

Gedurende de middeleeuwen bleef Argos tot 1247 deel uitmaken van het Byzantijnse rijk. Toen werd het door Willem van Villehardouin ingenomen en bij het hertogdom Athene gevoegd. In 1383 werd het door aankoop eigendom van Venetië en bleef dat met onderbrekingen tot 1716. Tot 1826 stond Argos onder Turkse heerschappij.

Bibl. en Lit.: z Griekse geschiedenis; Schneiderwirth, Gesch. des dorischen Argos, 2 Tle, Heiligenst. 1865-’66.