Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 17-06-2022

Amos

betekenis & definitie

profeet uit de 8ste eeuw v. Chr.

Hoewel Judaeër van afkomst en niet behorende tot de stand der profeten, volgde hij de onafwijsbare goddelijke roeping, om in het noordelijke rijk als profeet en boeteprediker op te treden onder de regering van Jerobeam II. Het boek, dat hem wordt toegeschreven, is onder de geschriften der kanonieke profeten het oudste. Hoofdstukken i en 2 bevatten bedreigingen tegen de omwonende volkeren en tegen Israël en Juda; in hoofdstukken 3-6 komen tal van losse en dichterlijke spreuken voor, die het strafgericht over het onwillige volk van Israël mededelen; hoofdstukken 7-9 bevatten vijf vizioenen. De critische school van Graf-Wellhausen beschouwde Amos als een der stichters van de Israëlietische monotheïstische godsdienst en verklaarde voor onecht de grote heilsbelofte, die het boek besluit. In de laatste jaren treedt de critiek meer bescheiden op tegen de persoon en het werk van den profeet. Zonder Mozes, tekent F. M. Th. Böhl aan, ware Amos onbegrijpelijk; zonder de heilsbeloften mist de oud-profetische prediking haar noodzakelijke, positieve aanvulling.In religieus opzicht benadert Amos’ lering van dichtbij deze van zijn tijdgenoot Osee. Doch er is ook grote verscheidenheid tussen deze twee profeten, die beiden in het Noordrijk hebben gepredikt. Osee steunt meer op het religieuze, op het inscherpen en beleven van de passende godsdienstige gevoelens die Israël aan Jahweh moeten binden; Amos, daarentegen, trekt de aandacht vooral op de morele en, wellicht nog meer in het bijzonder, op de sociale eisen van het jahwistisch-ethische monotheïsme.

Over het boek Amos raadplege men bij voorkeur een der volgende commentaren van het Boek der Twaalf Kleine Profeten.

PROF. DR J. COPPENS

Lit.: A. van Hoonacker, Les douze petits prophètes (Paris 1908); F. L. Geuppens, De Kleine Profeten (Brugge 1928); E. Sellin, Das Zwölfprophetenbuch (dl I, 2de druk, Leipzig 1929); L. H. Bleeker, De Kleine Profeten, I: Hosea, Amos (Groningen 1932); J. Ridderbos, Het Godswoord der Propheten, I. Van Elia tot Michea (Kampen 1930).